Dit jaar geen fietstocht in Frankrijk door de Corona-crisis?

We maken er maar het beste van.

Een klein rondje met Gaea gefietst.

Dit jaar lijken de plannen om weer in Frankrijk te gaan fietsen met Gaea in het water te vallen door het Corona-virus. Jammer, maar het is niet anders.

Gaea heeft spondylose, dit heeft haar het afgelopen jaar veel last bezorgd, Vooral als ze veel met andere honden heeft gespeeld. Lopen naast de fiets vindt ze nog steeds heerlijk, het bezorgd haar geen last en wat evenzo belangrijk is,; ze wordt nog steeds erg enthousiast als ik de fiets en de hondenkar pak. Ze is echter al zeven jaar oud, en ik weet niet, hoe leuk Gaea en ik het ook vinden, hoevaak we nog samen op pad kunnen gaan.

Het blijven, met name door mijn kortademigheid, korte ritjes in de omgeving. Ondanks een goede conditie waarin ik voorheen was, is de terugval stevig. Wandelen met Gaea, in de tuin werken, hoe kort ook, maakt dat ik daarna op adem moet komen. ?

Als het hierbij blijft, teken ik ervoor. Zolang iedereen in mijn omgeving, en er buiten, deze crisis goed doorstaat, is het waarschijnlijk niet doorgaan van de fietsvakantie met Gaea en Frankrijk ?? een kleine tegenvaller.

Als mijn gezondheid en de gezondheid van Gaea het toelaten en zodra campings in Nederland weer opengaan, zullen Gaea en ik kleine meerdaagse tochtjes gaan maken om te kijken of verre reizen nog lukken.

Voor alle volgers, leuk dat jullie me volgen, en blijf vooral gezond en blijf genieten van de kleine dingen in het leven.?

Nog 3 dagen en dan weer op pad met Gaea, the traveling doggy

Vandaag gestart met de voorbereiding van de Ronde door Nederland. Tassen inpakken, fiets klaarmaken en zorgen dat ik uitgerust ben. Maar als een paal boven water staat: ik ben er echt aan toe. Een jaar met mooie momenten, maar ook vol onzekerheid. En dat kost mij steeds weer ontzettend veel energie.

Maar dinsdag is het dan zover. Ben benieuwd hoe ik het vind om in Nederland te fietsen. Het mooie en fijne van het fietsen in Frankrijk, Portugal en Spanje waren de rustige wegen je soms uren kon fietsen zonder mensen te zien, alleen met Gaea en vogels in de natuur, wat mij rust in en om mijn hoofd gaf.

Nederland is natuurlijk veel kleiner en dichter bevolkt. Maar daar staat tegenover dat eten kopen geen probleem zal zijn. Ee gaan ervaren……?

Lekker in de schaduw, even bloggen terwijl de was droogt

Bloggen blijft lastig. In het achterland van Frankrijk is de dekking van 3G, laat staan 4G erbarmelijk slecht. Ook op de campings municipal waar ik meestal verblijf hebben vaak geen internet. Dus dan moet het maar op momenten dat de computer het niet laat afweten en er internet is.

Vandaag, vrijdag 17 augustus, een extra dag genomen op de camping om verder aan de blog te werken. Maar

Zaterdag 28 juli:

08.00 uur: Tijd om te vertrekken. Alle tassen zijn ingeruimd, binnentent zit in de zak. Alleen nog de buitentent afbreken en dan ga ik op weg.

Terwijl ik de eerste haring eruit haal, komt er een bui. Dus vlug de tent in en wachten tot het droog is. Ik ben dan wel niet van suiker en zal zeer waarschijnlijk dus niet smelten, maar liever voorzichtig dan gesmolten. En daarbij ik ben toch al geen ochtendmens, en dan in de regen vertrekken. Nou, dat zijn de druppels die de emmer doen overlopen, dus wacht ik wel even. Dan fiets ik vandaag maar wat langer door.

Zodra de regen stopt, hoor ik een bons, gekreun, en een paar minuten later wordt de ambulance gebeld. Schijnbaar is een man in zijn camper gevallen, en heeft zich flink geblesseerd. Na een half uurtje komt de ambulance. Ze zijn nog een kwartiertje bezig met puzzelen hoe ze de man uit de camper krijgen, want ze willen hem stabiel op de brancard hebben liggen, en er is weinig ruimte om te manoeuvreren. Maar uiteindelijk lukt het toch met wat kunst en vliegwerk om hem uit de camper te krijgen. Nog even overhevelen op een andere brancard en daar gaan ze.

Ondertussen vertrekt ook een gezin met 2 kinderen, die de weg naar Santiago lopen. De kinderen en hun bepakking op de ezel, moeder met de rugzak en vader met de kar achter zich. Du eigenlijk moeder, 2 kinderen en drie pakezels. Zo zie maar: Kinderen geen bezwaar voor de Camino.

Nu kan ik zelf ook vertrekken. De tent is nat, het miezert nog, dus tent achter op de hondenkar om te drogen en de stoel in de zak achterop de fietd. Die ga ik vandaag toch niet gebruiken.De temperatuur is rond de 24 graden en het is bewolkt ,dus mooi weer om een flinke afstand te fietsen. Mijn MIO doet het niet, dus probeer ik de route via het boekje terug te volgen. En dat valt niet mee Op een zeker ogenblik sta ik in de middle of nowhere, en weet bij God niet welke kant op. Dus Google komt als geroepen. Deze stuurt me naar het zuiden, naar het noorden, naar het oosten en alles loopt dood. Ik denk bij mezelf hoe kan dat nou? Het duurt even, maar dan besef ik dat ik steeds onder electriciteismasten fiets, dus dat de positeibepaling niet helemaal het je van het is. Dan maar op de oude wijze: De weg aan andere mensen vragen. Gelukkig komen er twee mannen aan. Ze geven beiden een andere richting aan, maar een ervan zegt dat hij de route vaker met de fiets fietst, dus ik ga ervan uit dat deze weet waar hij het over heeft. En dat blijkt te kloppen. Het wordt 7 km klimmen, terwijl de temperatuur weer aanzienlijktoeneemt, maar dan ben je uiteindelijk toch weer op de juiste weg.

Ik fiets nog wat campings voorbij omdat ik het te vroeg vind, en uiteindelijk kom ik rond 4 uur in Martel aan. Mijn water is op, dus een terrasje nemen en een glas cola. Het is goed koud en oud. Prik zit er volgens mij al een hele tijd niet meer in, en dat voor het schamele bedrag van € 3,50. Voor dat bedrag moet je natuurlijk ook niet te veel verwachten!

Nu nog de weg zoeken. Bij de tweede mislukte poging, ga ik een erg steile helling af, waar ik terug niet tegenop kan fietsen. Dus duwen maar. Een paar meter, even bijkomen, en dan weer een paar meter. En gaat het opeens een stuk lichter. Een Zweed zag me zwoegen, en dacht waarschijnlijk: Dat gaat die oude man niet redden en hij belsloot de kar mee de helling op te duwen. Boven aangekomen, kijk ik toch op Google hoe ik het beste naar de dichtstbijzijnde camping kan fietsen. Dat is een camping die nog ongeveer 20 km verderop ligt. Ondertussen is het weer erg warm, zeg maar heet geworden: 34 graden. Er komen nog wat klimmen aan. Dus dat wordt afzien. Op dat soort momenten is een fietsvakantie toch even ietsje minder.

Maar om half acht, na een paar hellingen van 10 % en meer waar Gaea uit de kar moest en ik toch moest lopen, komen we op de camping Domaine La Chapelle en Correze aan. Het is de moeite waard. De Nederlandse eigenaren zijn erg vriendelijk, de camping was klein, maar erg verzorgd, het eten was erg lekker en het uitzicht op het terras was adembenemend. Dus de ontberingen onderweg dubbel en dwars waard.

Na het eten nog even gesproken met mijn buurman. De buren waren van Rotterdam naar Duitsland verhuisd. Ze voelden zich niet meer thuis is Rotterdam. In de wijk waar ze tientallen jaren met veel plezier gewoond hadden, werd nog nauwelijks Nederlands gesproken. Dus zijn ze verhuisd naar Duitsland. (Dan wordt je je toch weer bewust van de problematiek in de Rotterdamse wijken, maar ook waarom de mensen daar PVV stemmen. (Hoezeer ik ook tegen polarisatie ben.) Zijn vrouw had daarvoor Gaea geknuffeld omdat hun kort overleden was, en ze hem nog dagelijks miste. Zij had 38 jaar ervoor een hersenbloeding gehad, en kon erg moeilijk met prikkels omgaan, was vaak erg moe en kon ondanks dat ze zeker niet dom was, sommige basale dingen niet georganiseerd krijgen. Het was een mooi gesprek, maar erg dichtbij en heel herkenbaar.

Zondag 29 juli:

Vanmorgen op tijd opgestaan, want ik wil vandaag een beetje de hitte voor zijn. Dus om breek ik om8 uur de tent af en ga naar de bar om het bestelde brood op te halen. De eigenaar biedt me een kopje koffie aan, waarna we nog een leuk gesprek hebben over de start van hun camping. Na het gesprekje en de kop koffie, krijg ik nog een paar plakjes kaas mee voor onderweg, gevolgd door een banaan. Nu lust ik geen bananen, maar ik had me al voorgenomen om er toch een te proberen om te kijken of ik ze kan gaan  waarderen onderweg; Ze zijn wel een snelle en goede bron van energie. Dus bedank ik hem en accepteer de banaan. Nou die komt onderweg wel van pas. (Gelukkig ruikt, of stinkt deze banaan niet zoals de bananen in Nederland. Dus pak ik mijn IPhone en leg deze historische gebeurtenis vastgelegd voor mijn ega en mijn nageslacht.

Het eerste stuk naar Brive gaat voorspoedig, dus vandaag een flinke afstand fietsen lijkt tot de mogelijkheden te behoren. Brive uit is een ander verhaal. Een steil stuk!!!!! Zo steil dat ik om de 20 meter stop om op adem te komen, en om daarna weer in de laagste versnelling de weg te vervolgen. Omdat het al erg heet was, vind ik het niet zo’n goed idee om Gaea op het asfalt te laten lopen. Dus terwijl zij ontspannen in het karretje zit, ploeter ik verder.

Als de helling nog steiler wordt, wordt het tijd voor een stevige stoot energie, die het liefst niet zo lang op zich laat wachten. Dus de banaan komt te voorschijn en wordt onder toezicht van de camera verslonden. (Anders geloven Irma, Bob en Elke nooit dat ik een banaan gegeten heb!).

Boven aangekomen, denk ik: “Het ergste stuk is achter de rug.” Nou nee, zo liggen er nog een paar in het verschiet. En ik merk dat het gesprek van gisteravond ook zijn tol begint eisen. Dus als ik om 14.30 uur aankom op de camping in Donzac, heb ik geen puf meer om met 38 graden een helling van 7 % te nemen, gevolgd door een helling van 5 km en gemiddeld 5 %. Dus ga ik de camping op om een plaatsje te zoeken, morgen weer een dag.

Maandag 30 juli:

Vandaag begin ik met klimmen. Dus stap ik op de fiets om half negen en rijdt met volle bepakking en Gaea in de kar naar de Intermarché, die tegenover de camping staat. Omdat Gaea in de kar zit, haast ik me, om zo snel mogelijk de boodschappen te doen. Nadat ik enige tijd in de rij heb gestaan, en aan de beurt ben, besef ik dat ik het brood vergeten ben, dus uit de rij en brood zoeken.

Nadat ik het brood gehaald heb, sta ik weer onrustig in de rij. Zodra ik aan de beurt ben, betaal ik en lad de boodschappen zo snel mogelijk in de tas. En daarna terug naar de fiets en Gaea. Die er gelukkig beiden nog zijn.

Dus op de fiets en ik begin aan de eerste steile klim. Dus na een derde van de helling: Gaea moet Gaea uit de kar en moet meelopen. Na nog een derde, staan we stil om water te drinken, en dat doen we nog een keer voor we boven in het centrum van Donzac zijn. En dat voor een klimmetje van maar 700 meter lengte.

Boven aangekomen, gaat Gaea weer de kar in, want nu volgt een afdaling. Gaea kan dan het tempo toch niet bijhouden en bovendien kan ze lekker afkoelen bij de frisse wind. En daarna gaat de helling van 5 km á gemiddeld 5 % komen. Omdat er ook korte vlakke stukjes zijn, en stukjes die minder steil zijn, kun je raden wat dat betekent voor de rest van de klim.

Na een paar kilometer is het tijd voor een drink- en eetpauze. Dus Gaea uit de kar, stoel uitpakken, brood pakken en de koffiekan voor een welverdiende kop koffie. Dan bedenk ik me dat ik Irma nog even moet laten weten dat ik vertrokken ben. Dus ik grijp in mijn stuurtas, maar besef me dat berichtje sturen naar Irma lastig wordt zonder telefoon.  Deze zit namelijk niet in mijn tas.

De enige plaats waar deze kan zijn achtergebleven is in de Intermarché. Hopelijk heeft een eerlijke vinder de telefoon vonden en afgegeven. Dus op de fiets, de helling af, die ik na veel moeite al genomen heb, dan de helling op, waar ik daarvoor vanaf zoefte omdat deze lekker steil was, en daarna de helling van 700 meter af, die ik daarvoor in drie etappes deed. En nu deed ik het met gemak in een keer.

Bij de Intermarché aangekomen, vraag ik naar mijn telefoon. En ja, ze hebben hem gevonden. PFffft, dat is mazzel.

De spanning maakt dat ik me niet in staat voel om deze dag opnieuw de hellingen op een verantwoorde wijze te nemen. Ben wat wankel ter been en voel een waas over me heen komen. De adrenaline is waarschijnlijk uitgewerkt, en nu komt de vermoeidheid. Dus neem ik voor die dag de beslissing, om de weg over te steken en terug te gaan naar de camping. Morgen weer een dag.

Dinsdag 31 juli:

Vandaag sta ik op tijd op. Ik breek mijn tent af, zet koffie voor onderweg en haal om 08.30 uurhet brood op bij de receptie. Het is bewolkt, de temperatuur is aangenaam om te fietsen, dus ik ga vol goede moed op weg.

Opnieuw de helling van 7%, steile afdaling gevolgd door de klim van 5 km van gemiddeld 5 %. Maar omdat het lekker koel is, kan Gaea lekker vaak uit de kar om mee te lopen. Ook lijkt het fietsen vandaag gemakkelijk te gaan. Dus als ik om 12.30 uur ga pauzeren en Irma app dat het nog maar 20 km is naar Uzerche, verwacht ik er rond drie uur te zijn. Dat had ik gedacht.

Na mijn pauze stijgt de temperatuur aanzienlijk evenals het aantal beklimmingen die ik moet nemen. Dus drie uur wotrd half vijf. Het is even zoeken naar de camping waardoor ik een extra klim van 2 km á 7% als toegift krijg op het einde van de dag. Maar ja, alles voor de slanke lijn.

De camping ligt beneden in het dal, dus dat wordt morgen als eerste weer klimmen om het dal uit te komen. Maar het ligt heerlijk onder schaduw van bomen aan een riviertje, met uitzicht op de oude stad die boven tegen de berg aanligt. De winkels zijn gesloten, dus dat wordt vandaag een noodrantsoen eten. Maar ook deze smaakt niet slecht.

Omstreeks acht uur maken Gaea en ik een wandeling. Eerst langs de rivier, daarna het oude stadje in. Wat heerlijk, nog niet bedorven door toerisme. Gewoon een oud centrum, waar de mensen op een pleintje bijeenkomen om wat te eten en te drinken.

Om de sfeer te proeven, en wat ik erg belangrijk vind, contact met de locals te krijgen, neem ik een koud biertje. Die smaakt erg goed. Ondertussen vragen de Fransen hoe oud Gaea is, want ze moet toch wel oud zijn om zo rustig naast me te blijven liggen en ik denk: “Gewoon goed opgevoed”.

Voordat we naar de tent terug gaan, haal ik een ijsje voor mezelf en een half bolletje ijs voor Gaea. Het ijs is heerlijk, maar ik weet niet wie het meest geniet: Gaea of ik? Enfin, ijs op, terug naar de tent, tanden poetsen en slapen. Morgen gaan we weer op weg. Te beginnen met een stevige klim.

Woensdag 1 augustus:

Vandaag fiets ik naar Saint Germain les Belles. Het is weer wat warmer dan gistermiddag, maar morgen is het volgens de weersverwachting nog warmer. Omdat de tent in de schaduw stond, bleef het lang donker in mijn tent, en dat helpt mij niet bij het opstaan. Ik heb ’s morgens echt licht nodig. Veel licht!!!!!!

Maar uiteindelijk vertrek ik om kwart over tien. Zodra ik onder de bomen uitkom, komt de warmte je tegemoet. Het is al snel zo warm, dat Gaea met het coolvest in de kar moet blijven, en we regelmatig onder de bomen verpozen om bij te komen van de warmte. Maar uiteindelijk rond half vier bereiken we Saint Germain les Belles. Er zijn twee campings. Een ervan met lovende kritieken over de vriendelijkheid van de eigenaren, en eentje met vervelende kritieken over de mannelijke helft van de eigenaren. En dan ga ik voor vriendelijkheid! Alleen moet ik voor deze camping nog een stevige helling nemen, terwijl ik al voor de andere sta.

Echter vriendelijkheid vind ik wel gewenst, dus puffend, hijgend en af en toe pauzerend neem ik de klim naar het dorp. In het dorpje is een kleine kruidenier, dus maar meteen boodschappen inslaan, dan heb ik vanavond weer een verse maaltijd. Terwijl ik de boodschappen doe, wordt onze diva weer aan alle kanten bewonderd. “Ze zit zo parmantig in de kar! Ze blaft niet! (Bij Franse honden ontbreekt schijnbaar de uitknop.) Wat is ze mooi. Wat is ze lief.” En zo gaat het maar door. Je zou er jaloers van worden.

Na de boodschappen nog eenmaal de hitte trotseren om de gewenst camping te bereiken. Zodra ik bij het bord van de camping sta, zie ik :”FERME 2018″. en ik denk sh%$%$^%&^%t etc etc. Maar ik denk ik ga het toch proberen, niet geschoten is altijd mis, en terugfietsen moet ik anders toch. Zo gedacht, zo gedaan. Ik fiets de camping op, en de eigenaresse komt me tegemoet, door omstandigheden moesten ze de camping sluiten. Nu blijkt haar mand had last van een hernia, de aannemer had het halve woonhuis in laten storten, waardoor ze nu in een van de twee caravans op het terrein woonden, ze hadden geen stromend water door de verbouwing die niet was gegaan zoals toegezegd. (Een halve buitenmuren hadden op instorten gestaan, door onbenulligheid van de onderaannemer.) en de eigenaresse was noodgedwongen weer als ergotherapeut gaan werken met een reisafstand van 180 km per dag. Dus helaas.

Wel kreeg ik een heerlijk glas koud drinken aangeboden en een nog heerlijkere zelfgebakken pruimentaart, een tip voor verder onderzoek om de gevolgen van een beroerte  brengen. Ik heb het meteen aan Irma doorgegeven, want ik kan het niet overzien, en zij gelukkig wel.

Maar aan alle goede dingen komt een eind, dus ook aan ons gesprek, en ik stap op de fiets naar de tweede camping. De eigenaar is wat afstandelijk, maar ik krijg een mooie plaats pal in de zon (En het is nog steeds 37 graden.). Dus tent opzetten, terwijl Gaea bij de buren onder de struik gaat liggen, en daarna in de zelf gecreeerde schaduw lekker genieten van het koude drankje dat ik gekocht heb bij de plaatselijke supermarkt.

Als de zon achter de horizon is, is het tijd om met Gaea lekker een rondje te lopen om het meer. En daarna lekker te slapen.

Donderdag 2 augustus:

Om half tien vertrekken we richting Saint  Leonard des Nobles. Een dag zoals velen. Opnieuw de steile helling van het dorp beklimmen, en daarna heerlijk fietsend met een temperatuurtje van 34 graden naar Saint Leonard des Nobles. Ook vandaag de nodige meters die ik moet overwinnen en dat in de palle zon. Maar uiteindelijk kom ik om twee uur ’s middags aan op de camping.

Je kunt er wat drinken kopen, een diepvriesmaaltijd uit de magnetron nuttigen en je koelelementen in de diepvries laten bevriezen. Omdat de camping erg ver van het centrum ligt, en het erg warm is, besluit ik om er niet heen te lopen, maar gewoon lekker in de schaduw van de bomen te relaxen in mijn stoel. Morgen weer een dag.

 

 

 

Ik leef en fiets nog…

Vandaag eindeijk weer een camping met internet. De week van 7 tm 14 juni komt op een later tijdstip, en de week die ik samen met Irma doorbracht in de Dordogne houd ik lekker voor onszelf. Ook foto’s gaan nu ook nog niet lukken, daar ik anders nog een paar dagen bezig met down- en uploaden. Sorry!

Maandag 23 juli:
Vandaag is de laatste dag op de camping. Voor 12 uur moeten we de tent ingepakt en de standplaats verlaten hebben. Om toch nog een extra dag samen te hebben, gaan we naar Cahors. We overnachten in hotel Les Chatreux. Onze kamer kijkt uit op de rivier de Lot. Brug over en je bent in het oude centrum. Dus zo gezegd zo gedaan. We laden de fiets af en parkeren deze bepakt en al in een afgesloten garagabox. Dus morgenvroeg staat de fiets geduldig te wachten op zijn berijder. Wat een fiets he!
(Ik heb al veel fietsen gehad, en die heb die steeds netjes geparkeerd voor een winkel, of café, maar wachten op me? Nee hoor!)
Nadat we alle spullen op de kamer hebben gezet, gaan we lekker naar het centrum van Cahors. Het eerste wat Irma binnen valt, is: Ik heb dorst dus laten we eerst wat drinken. En zo volgzaam als ik ben, sluit ik me zonder tegenspraak bij dat idee aan. En ik moet zeggen een geweldig idee! Het koude bier was een genot voor mijn tong, keel en dorst.
Na een tijdje wandelen in Cahors, waarvan op maandag de meeste winkels dicht zijn, is het tijd voor een ijsje. Dus  tweemaal ijskoffie Liegoise en een bolletje ijs voor Gaea, zij heeft tenslotte ook vakantie.

Na het ijsje komt Irma met het nieuws: Op 28 augustus is de hoorzitting bij het UWV in verband met het bezwaar. Het zwaard van Damocles, waar ik weken niet mee bezig was, en als ik er al mee bezig was, aanwezig was als iets abstracts en een ver van mijn bed show. En dat klopte fysiek ook wel.
Wat nu? Santiago en dan door naar Porto, gaat niet lukken, in Spanje mag Gaea niet in het openbaar vervoer.

Irma stelt nogmaals voor om met haar terug te reizen, ook daar ik erg vermoeid lijk/ben? Ikzelf merk dat niet onder het fietsen. Wel dat ik onderweg veel rust neem, regelmatig de stoel opzet in de schaduw, om Gaea rust te geven en samen af te koelen, en dan toch een half uurtje of langer slaap. Maar het is dan ook erg warm onderweg.

Ik ben er nog niet aan toe. Voor mij is het nog niet klaar, fietsen is veranderd in afstand nemen van het werk, lekker bezig zijn en leren omgaan met de veranderde omstandigheden naar: mezelf opnieuw ontmoeten. Ik merk dat de stilte, (Nou stilte? De vogels in Frankrijk zingen er lustig op los.), maakt dat ik in gesprek ga met mezelf, maar ook dat ik weer zing op de fiets. Iets wat ik sinds de lagere school niet meer deed. Ik geniet weer van het schrijven van stukjes en kan ontzettend genieten van de kleine dingen om me heen.

Maar terug naar de boodschap dat ik 28 augustus in Nederland moet zijn voor de hoorzitting. Aangezien het voor mij nog niet klaar is, maar ook dat Santiago erg moeilijk wordt, besluit ik dat ik terugfiets naar Nederland. Over de oude wegen en steden naar Dun-sur Meuse en vandaar de Maasroute volg. En op 25 augustus, als we 29 jaar getrouwd zijn, haalt Irma mij op als ik dan nog niet thuis ben. In september vlieg ik dan weer met Elke naar Porto om samen naar Sevilla te fietsen, zoals gepland, en van daaruit fiets ik door naar Santiago de Compostella.

Vreemd. Ik fietste naar Santiago als Pelgrim om gebruik te kunnen maken van de voorzieningen onderweg. Dat is niet onderweg veranderd. Door de pelgrims die ik onderweg tegenkwam en de gesprekken met hen is Santiago niet langer alleen maar een doorreisstop. Wat het wel is geworden weet ik niet , en zal ik mogelijk ook nooit weten. Maar dat is niet belangrijk. Soms is de weg het doel.

’s Avonds na het eten, probeer ik de gps van MIO met de nieuwe route te laden. Maar dat gaat niet met de nieuwste Windows 10 versies. Om 02.00 uur geef ik het op en ga slapen. Wat een klere apparaat! Dus morgen maar terugfietsen aan de hand van het boekje.

Dinsdag 24 juni:
Wakker worden is vandaag niet mijn favoriete bezigheid. Nog even naar de computer kijken, maar het overzetten van de tracks is echt niet gelukt. Dus maar old fashion: gewoon oriënteren op de kaart en hopen dat ik in geval van nood, een bestemming kan invoeren in de gps.Nog even douchen en dan het laatste ontbijt met Irma voor een lange tijd. (Toch wel raar, om haar gevoelsmatig achter te laten en steeds verder en steeds dichterbij te fietsen. )Maar uiteindelijk stap ik op de fiets met een gevoel van gemis. Nu de brug over en mijn stempel halen bij Camino.loc. Na de stempel is het tijd voor een foto-/videosessie met Gaea. En daar gaan we. Op weg naar Vers. En kleine 16 km, maar wel een stevige klim, hitte tot 36 graden en een slap gevoel in de benen. Het blijft voor  me steeds weer een raadsel hoe groot de impact van spanning en prikkels op mijn fysieke functioneren heeft.

Onderweg stop ik een aantal maal. Twee keer lang, waarbij ik lekker ga zitten en wat eet en drink en de tweede keer zelfs een half uurtje slaap. Dan na de lange klim, begint de afdaling van 4,5 km. Langs rotsen, onder bomen en met veel bochten. Vooral de afdaling is genieten. (Het klimmen was iets meer afzien.) En dan komen we in Vers aan. De camping ligt aan de rivier, en heeft veel schaduw. Dus tentje opzetten en dan in de schaduw even uitpuffen. Om 17 uur, als het een beetje is afgekoeld het dorp in om inkopen voor de  avondmaaltijd te doen, maar hier zijn de winkels op dinsdag middag dicht. Gelukkig is buiten de camping een strandtentje waar je een overheerlijke hamburger Italiano kunt eten voor weinig geld. (Ik blijf tenslotte wel een Nederlander hé!) De bediening is wat vergeetachtig, maar allercharmants, dus het is haar vergeven dat ik even op mijn biertje moest wachten. Maar ook hier geldt: Wie rustig wil eten, laat Gaea thuis. Weer mensen die kwamen vragen wat voor een ras het is? Wat een mooie hond! Wat een rustige hond, ze blaft niet eens. (En in Frankrijk blaffen ze allemaal en erg veel). Maar uiteindelijk lukt het toch om rustig mijn hamburger en frites op te eten.

Als ik terug kom bij mijn tent, komt mijn Franse buurman naar me toe om een praatje te maken. Hij adviseert me om via Gramat naar Rocamadour te fietsen, daar deze een langere maar mindere steile klim heeft. Ik bedank hem, en denk: Hier moet ik een of twee nachtjes over slapen.
Vanavond op tijd naar bed, morgen om 8 uur gaan de bakker en het dorswinkeltje open en daarna wil ik graag op weg.

Woensdag 25 juni:
Vandaag sta ik om 07.00 uur op. Vlug tent afbreken spullen inpakken, voor zover nodig, en met Gaea naar de winkels lopen om de boodschappen te doen. Daarna nog even ontbijten en omstreeks 10 ur ben ik onderweg. Mijn gps doet nu echt helemaal niets meer, en is dus overtollig gewicht. Het is en blijft een klereding, waarvan je wel ontzettend veel plezier hebt als het werkt. Dan maar aan de hand van de kaart.

Gelukkig is het redelijk recht toe recht aan, met dien verstande dat er weer een mooie klim in de mooie temperatuur van boven de 37 graden aankomt. Maar ik heb er zelf voor gekozen, dus niet zeuren. (Wel was het verstandiger geweest om een uurtje of twee eerder te vertrekken.)

Na een klim vanuit Vers uiteindelijk in het mooie dorpje Saint Martin-de Vers aangekomen, waar een prachtig bankje in de schaduw van de bomen geduldig op me staat te wachten. Dus eten uitpakken, de koffie die ik vanmorgen gezet heb voor onderweg tevoorschijn halen, lekker onderuit en een sinds kort nieuw aangeboorde kwaliteit volledig benut: relaxen.

Daarna gaan we verder. Ik besluit in het dorpje La-Bastide-de-Murrat of ik nog verder fiets naar Monfaucon of in La-Bastide-Murrat overnacht. In het eerste geval krijg ik de dag erna een aantal klimmetjes van 8, 10 en 12 % voor de kiezen onderweg naar Rocamadour. In het tweede geval de iets drukkere, maar meer geleidelijk klimmende weg via Gramat.

Na een paar kilometer, schiet er een hertje voorbij in het gras. Ik pak mijn telefoon annex camera en wil een foto maken. Dan duikt ze weg. Het enige wat nog zichtbaar is, zijn twee zwarte oortjes die net boven het gras komen. En ik denk: Als ik een jager was geweest, was je toch niet goed genoeg verstopt.
Omstreeks 13.00 uur kom ik in La-Batide-Murrat aan. Het is weer bloed- en bloedheet, de camping bestaat nog (ook altijd een verrassing!), er staan 3 campers en de voor de rest lege plekken waarvan de meeste in de schaduw liggen. Dus het besluit is snel genomen. (Ook omdat ik mezelf niet in staat acht om bij 37 graden of hoger die klimmen te  nemen.) Nu nog een enigszins vlakke plek zoeken.

Na een half uurtje is dat gelukt. Ik moet wel wat concessies doen, zoals het grootste deel van de tent staat niet op vlakke grond, maar mijn luchtbed wel. En dat is voor mijn nachtrust het belangrijkste. Nu nog even aanmelden en betalen bij het zwembad.

En nu weet ik waarom de Franse economie het niet zo heel goed doet: De vrouw achter de kassa zei. Er komt vanavond waarschijnlijk iemand langs, en als je er niet bent of ze komt niet, hoef je niet te betalen. Ik heb vanavond niemand gezien. Om 20.30 uur is het redelijk afgekoeld, dus ik loop met Gaea een rondje langs het centrum, en zie dat er een groot feest is met barbeque op het dorpsplein. Aan de overkant is een rustig terras, dus ik denk bij mezelf: De camping is vandaag gratis, dus ik neem een lekker biertje terwijl ik naar de goed gezongen Franse chansons luisterde. Het was niet alleen in algemeen beschaafd Frans, maar het klonk nog goed ook. En dat heb ik onderweg niet veel meegemaakt. Maar daarna terug naar de tent en slapen want de wekker staat om 06.00 uur. Ik wil om 08.00 uur op weg zijn, omdat het morgen nog heter wordt.

Donderdag 26 juni:
Om 06.00 uur gaat de wekker. Het is nog donker. Dus ik draai me om en zet de wekker om 07.00 uur. Om 07.00 uur sta ik inderdaad op, en omdat de tassen al grotendeels ingepakt zijn, ben ik om 08.00 uur klaar om te vertrekken. Ik pak mijn waterflessen om te vullen, en dan komt er een vrouw naar me toe, met rooddoorlopen ogen en zoals het er naar uitziet: een flinke kater. Ze komt even afrekenen. 7 Euro. Ik pak mijn portemonnee en geef een briefje van 20 euro, waarop ze me smekend aankijkt, denk ik, en vraagt of ik niets kleiners heb. En ja dat heb ik: € 6,50. Ik zeg daarom : Helaas!

Ze zegt daarop dat ze de portemonnee vergeten is, dus ze accepteert € 6,50 omdat ze anders haar portemonnee moet ophalen. Ik betaal, krijg het betaalbewijs, en zie haar weg lopen met een tred die me doet terugdenken aan vroegere tijden: Alsof elke stap je hoofdpijn verergert.
Dus 08.10 uur vertrekken we van de camping. Even langs de bakker, waar we weer opgehouden worden door de aanwezigheid van Gaea, en dan eindelijk op weg.
De klimmen zijn geen 10 en 12 %, maar erg lang, in de volle zon en zeker meer dan 6 %. En omdat over de weg veel vrachtverkeer rijdt, durf ik Gaea niet uit de kar te halen en te laten meelopen.

Ik ben blij dat ik op tijd vertrokken ben, want het wordt  snel erg heet: Om 11 uur is het al 32 graden! Omstreeks die tijd kom ik ook in Gramat aan. Daar kom ik de heuvel echt niet op. Dus ga ik op de stoep zitten voor de protestante kerk, waar een trapje en een plateautje is en wat nog veel belangrijker is: schaduw. Ook Gaea kan genieten van de schaduwrijke plekken om te liggen.

Na verloop van tijd, gaan we toch de heuvel op. Ik laat Gaea dat kleine stukje even naast de fiets lopen, tot we boven zijn. Daarna is het 7 km naar Rocamadour. Het blijkt een vlakke weg te zijn en op het laatste stuk fietsen we zelfs in de schaduw. Een kleine 2 km voor het plaatsje L’Hospital, dat tegen Rocamadour aanligt, zien we een ijssalon met schaduwrijke plekken én Gaea heeft wel zin in een ijsje. Dus dat wordt een stop.

Een bolletje ijs voor Gaea in een plastic bakje en een paar bollen in een glazen coup. Heerlijk zelfgemaakt ijs, mooie setting en zo goedkoop heb ik het in tijden niet gehad.

Daarna is het tijd om de laatste kilometers af te leggen, de tent op te zetten en vanavond naar Rocamadour te lopen.
Het loopt iets anders. Het blijft vanavond 34 graden, en dat is echt te heeft voor Gaea. Dus we blijven een extra nachtje en gaan morgenvroeg naar Rocamadour.

Vrijdag 27 juni:
Omstreeks 9 uur lopen Gaea en ik naar Rocamadour. Eerst naar het kasteel en daarna via La route du croix naar beneden. Zoals altijd tegendraads. Eigenlijk moet je die van beneden naar boven lopen om de clue niet te verklappen. Maar die ken ik al. Op elke bocht staat beeldhouwwerk dat een deel van de kruisiging van Jezus uitbeeldt. Met als laatste de wederopstanding van Jezus. En aangezien ik dat het meest positieve vindt, van de afgelegde weg, beginnen we daarmee. Ook omdat trappen naar beneden lopen lichter is dan omhoog!Beneden aangekomen, is het een groot commercieel gebeuren. Dus snel doorlopen.
We gaan weer omhoog via een andere weg. Omdat het ondertussen erg heet is, krijgt Gaea het koelvest aan en de schoentjes om de kussentjes van haar poten te beschermen. Ook dat is iets wat ze in Frankrijk schijnbaar nog niet kennen. Je ziet dat ze niet weten wat ze er mee aan moeten. Vlug door naar de camping, in de schaduw, waar Gaea de rest zoveel mogelijk slaapt. En ik kan werken aan mijn blog. En dat valt in Frankrijk niet mee. De meeste gemeentecampings, waar ik meestal overnacht, hebben geen internet. Of zo traag dat het mogelijk is om online te werken.

Dus tot de volgende keer dat we internet hebben.

Al zwetend groeten we jullie,

Theo en Gaea

Dag 23 tm 26:

Dag 23:

Vandaag vanaf Ervy-le Chatel naar Auxerre. Meteen vanaf de camping een steile klim, dan weet je meteen weer waar je aan begonnen bent: afzien.

Het wordt vandaag een pittige dag, het wordt 37 graden, dus aan vochtverlies geen gebrek. Het wordt lastiger om het aan te vullen. Halverwege een lange klim van 7 %, nemen Gaea en ik een lange pauze. De stoel wordt neergezet, het gaspitje uitgepakt, en het laatste pakje noodles wordt als soep bereid. Daarna nog even een dutje doen, en verder gaat de reis.

Zo rond 15.15 uur staan Gaea en ik zoals wel vaker deze reis, in de schaduw op adem te komen, en we drinken de laatste slokjes van het inmiddels warme water, als er een ouder vrouwtje aan komt lopen. Ze ziet ons arme sloebers en vraagt of we wat kouds willen drinken. Daarop zeg ik meteen en vanuit het diepst van mijn hart: graag! Ze komt terug met een grote bak koud water voor Gaea, en een fles koud water én citroenaanmaak voor mij. Na een kort gesprekje, vult ze onze watervoorraad aan met ijskoud water, maakt een foto van Gaea en mij en we rijden verder. En omdat er gevraagd wordt naar een foto van Gaea en mij samen: Hier komt ie dan. Op een gelukkig moment: verlost van onze dorst en bijgekomen van de hitte.

En het kan aan mijn indeling van de dagen liggen, maar ook vandaag weer een paar stevige klimpartijen voor we in Auxerre aankomen. Maar na de laatste uitputtende klim zien we Auxerre beneden ons liggen. Dus nu alleen nog maar naar beneden.

In Auxerre, tent opgezet, terwijl de beheerders van de camping om de beurt Gaea kwamen aaien, en daarna ga ik boodschappen doen in Auxerre. Kom er achter dat ik een rugzak mis voor de boodschappen, met twee tassen aan het stuur is toch niet echt handig in het verkeer.

Na het eten, ga ik vroeg naar bed, want ik wil er vroeg uit. Dat vroeg naar bed, dat lukt ook. Het snel inslapen ook. Tot ik om 00.00 uur wakker wordt; schijnbaar gaan ze vannacht het stadion van Auxerre, dat tegenover de camping ligt, verbouwen. Dus dat wordt veel lawaai. De doelstelling van vroeg opstaan lukt nog redelijk, maar ik merk direct dat dit gevolg heeft voor mijn rit. Minder kracht, slechtere coördinatie en meer moeite met beslissingen nemen.

Dag 24:

Vandaag fiets ik vanaf Auxerre langs het “Canal de Niverais”. Er loopt een jaagpad, die alleen door wandelaars en fietsers gebruikt mag worden langs het kanaal. Dus heerlijk vlak. Het vals plat, stijging gemiddeld minder dan 1%, de op- en afritten en brugjes daargelaten. Als je relaxed langs het water en door mooie natuur, wil fietsen, kan ik het je echt aanbevelen.

Het kanaal is in het verleden gebruikt om hout te vervoeren, maar toen de treinen in opmars kwamen, is het kanaal in verval geraakt. Nu wordt het weer in ere hersteld. Door het vrij grote verval zijn er veel watervallen en dus veel sluizen,  waar de, met name, vakantieboten door heen moeten. Deze sluizen worden met de hand bedient door vrijwilligers. Sommigen hebben meerdere sluizen onder hun hoede, dus die rijden met hun auto van sluis naar sluis op en neer om de boten door te laten.

De route langs de rivier stopt bij Chalet-Censoir. Hier is ook een camping: Camping Municipal Le Petit Port. Een kleine camping, aan de rivier de Yonne, waar je, als de beheerder er is, wat koels kunt drinken. Dus even een heeerlijk koud biertje drinken in de schaduw, voor ik mijn tent ga opzetten. Onder het ontzettend genieten van het godenvocht, dat door mijn droge keel, naar mijn maag vloeit, zie ik op buienradar dat de buien die al dagen dreigen, over een half uurtje met grote zekerheid gaan vallen. En dan ben je blij dat je je tentje in 10 minuten kan opzetten!

Dus niet gehaast, tentje opgezet, en de fiets met bepakking en de hondenkar, lekker onder de grote partytent (naast mijn tent) neergezet. En het begint, eerst een stevige wind en daarna de bui, die waarschijnlijk hoge nood had, want het komt eruit! De temperatuur daalt van 29 naar 21 graden. Heerlijk!

Uitzicht van uit de camping op Chalet Sensoir

Na een half uurtje komt er een medefietser uit Swifterband bij me zitten, hij is onderweg naar St-Pied-de-Port, 71 jaar oud en woont alleen, dus heeft wel behoefte aan gezelschap onderweg. Na een uurtje is de bui voorbij en ga ik verder met de tent inruimen om daarna boodschappen te doen. En dat is maar goed ook, want de volgende dag zijn zowel de plaatselijke kruidenier als ook de plaatselijke bakker gesloten. Dus biefstukje, luchtdicht verpakt, champignons, wat kruiden en blussen met wat rosé samen bakken en dan met een stokbroodje opeten. Wat een feestmaal!

Ondertussen komt de Nederlander even langs met een verloopstekker (die moet ik aaodat ik mijn elektrische apparaten kan opladen. Ik bied hem een glaasje rosé aan, hij haalt zijn stoeltje en komt erbij zitten. We maken het kleine flesje rosé soldaat, eten zijn buggles op, en gaan daarna ieder zijns weegs, terwijl mijn elektrische apparaten gedurende de nacht worden opgeladen.

Dag 25: Op naar Vezelay en misschien verder?

0,00 uur: Ik word wakker van mijn wekker. Vandaag is mien bruur Ruud jarig! Hij wordt 59 jaar! Dus even een felicitatie sturen via Whatsapp en verder slapen.

Vandaag sta ik vroeg op, zo omstreeks 06.30, maar het duurt toch nog even voor ik weg ben: het  ruim na 9 uur voor ik op weg ga. De start is meteen goed, mijn gps-navigatie MIO Cyclo 400, wil niet opstarten, dus ga ik op goed geluk naar rechts, terwijl  na een kilometer bleek,  toen de MIO eindelijk aanging, dat het dus toch links had moeten zijn. Geen probleem, gewoon een steile klim erbij en dat aan het begin van de dag! En het wordt één hele warme, zeg maar hete dag, met aardig steile klimmen!

Vergezicht op Vezelay

Dus als ik de torens van Vezelay zie, denk ik: “Even Vezelay in, en dan tent opzetten en een rustdag.” Eigenlijk wilde ik verder fietsen naar een Pelgrimsherberg in Anthien, maar omdat ik vandaag weer merk dat langere gesprekken met mensen me veel energie kosten, zie ik daar toch vanaf. Voor mij blijkt het echt beter om kleine campings te zoeken en contacten beperkt te houden. En dat valt niet mee als je Gaea als hond bij je hebt.

Nou, even Vezelay in? Met de fiets? Met bepakking? En een hondenkar erachter? Terwijl je net een kilometer lang een helling van 7% hebt gefietst? Laat ik het zo zeggen: “IK HEB WELEENS BETERE IDEEEN GEHAD!” “Maar niet geprobeerd, altijd mis”, zeiden mijn ouders altijd, dus Gaea uit de kar en duwen maar! Het begin gaat redelijk, maar de uiteindelijk als ik halverwege sta uit te blazen, denk ik: “Ik ben ook niet wijs”, dus Gaea in de kar en de helling af. Dit kostte aanzienlijk minder energie!

Dus bordjes camping volgen. En ik kom bij een camping buiten Vezelay uit. In the middle of nowhere! En dat zonder eten en drinken! Dus toch even op Google kijken voor alternatieven. En ja, in Saint-Pére staat een kleine camping. En er zijn winkel (Hopelijk! Want ze willen nogal eens opgeheven zijn!) En het is bijna op de vervolgroute! Dus Google Maps aan en fietsen. Mooie route door wijnvelden. Dus helemaal goed!

Na een kilometer werd de weg/pad een erg slecht pad, en nog verder een heel, heel slecht pad. Dus omkeren en op een andere manier proberen. Eerst 3,7 km terugfietsen, tegen de helling op, naar Vezelay. En van daaruit de route vervolgen tot ik de camping zie. En vanuit Vezelay, hoef ik alleen nog maar te sturen en te remmen. Heerlijk die verkoeling.

De camping op Saint-Pére is een kleine en rustige camping met verouderd, maar goed schoongehouden sanitair aan de rivier de Cure, waar gekanood en gezwommen kan worden. Voor fietsers van alle gemakken voorzien: Een koelkast met vriesvak, magnetron, oven en kookplaten, maar als laatste en belangrijkste een koffiezetapparaat! En dat voor het luttele bedrag van €7,40 voor 2 nachten!!

Dus tentje opgezet, boodschappen gedaan (te voet) en daarna lekker in mijn stoeltje aan het water zitten met wat chips en wat koels te drinken. Het lijkt wel vakantie!

Zo rond acht uur begint het te rommelen. En niet zo’n klein beetje ook. Dus snel Gaea uitlaten voor het begint te regenen. Terwijl ik Gaea uitlaat, zie ik over de oostelijke heuvels de lichtflitsen van het onweer, en de zonnestralen over de westelijke heuvels. Wat een pracht gezicht! Maar niet te lang kijken, want de eerste druppels beginnen al te vallen. Dus snel terug naar de camping.  Gaea heeft haar behoeftes gedaan, dus alleen ik nog naar het toilet voor de regenbui losgaat. En ja hoor, voor ik bij de tent ben, begint het te waaien, zeg maar stormen, dus snel de tent in en hopen dat het droog blijft.

In de tent, horen en zien we de bliksem en de donder, en de enorme regenbui die erbij hoort. Dus selfie met Gaea maken voor het nageslacht, en lekker slapen. Om 22.30 schiet ik wakker. Nog even een houseparty met haar gehouden. En daarna weer slapen. De regen- en onweersbui, gaat ook zonder mijn geestelijke aanwezigheid wel door.

Dag 26:

Zoals voorspeld regent het vandaag de hele dag, dus een mooi moment om de website bij te werken. De tent heeft gisteren een stevige storm, regen- en onweersbui droog overleefd, en Gaea en ik dus ook. Na een klein wandelingetje naar het dorp, kom ik aan bij de bakker, en ik moet zeggen dat als ik geen brood nodig had, draaide ik direct om: Wat een CHAGRIJN! Nou moet ik ter verdeging van haar zeggen, gisteren was ze nog veeeeel chagrjijer, dus ik denk dat ik haar met m’n charmes ontdooi. Geef me nog een jaartje of 10 en er komt naar verwachting een piepklein glimlachje op haar gezicht. Ik ga morgen weer weg, dus dat glimlachje kan men daar in Saint-Pére wel vergeten denk ik. Overigens de rest van de bevolking compenseert dat ruimschoots: ze zijn erg vriendelijk en behulpzaam.

Vanavond op tijd naar bed, want morgen begin ik aan de laatste etappes naar Nevers, en dan kan het boekje “Langs oude steden en wegen deel 1” terug naar Nederland. Het begin is gemaakt zullen we maar zeggen.

Ondertussen is de gestage regenbui gestopt, dus ik ga even wat was doen en daarna een wandeling met Gaea.

Tot de volgende keer,

Theo en Gaea

Dag 21 of moet het 22 zijn? In ieder geval 3 weken onderweg.

Toen ik drie weken geleden op de fiets stapte, had ik geen idee wat me te wachten stond. En nu, drie weken later, heb ik, afgezien van de vele klimpartijen op de fiets, nog steeds geen idee.

Wel weet ik dat ik steeds als ik hulp of ondersteuning nodig heb, het op mijn pad komt. Soms is het een windvlaag in de rug als je de laatste meters van de steile berg op fietst en eigenlijk af wil stappen om het laatste stuk te lopen, soms mensen die onderdak voor je vinden, soms iemand die in de auto stapt om samen met je gas voor je kooktoestel te kopen. Ook al moeten we meerdere winkels af. Dat maakt mij een gelukkig mens.

En als ik dan aan alle goede mensen, mijn gezin, mijn vrienden en collega’s, denk die ik voor een paar maanden verlaat, voel ik me een nog veel gelukkiger mens. Kortom een zondagskind. En eigenlijk als ik terugdenk, ben ik dat altijd wel geweest.

Ik zou nu over de hitte, de vertrektijd en de aankomst op de camping Les Mots te Envy-le-chalet kunnen vertellen, maar dat sla ik vandaag gewoon over. Dat past niet binnen mijn gevoel van vandaag.

Eigenlijk is het leven van een fietser eenvoudig: opstaan, tent afbreken, ontbijten, tassen inpakken en fietsen. En als het enigszins mogelijk is, eten kopen voor het avondeten voor alle dagen dat nodig is. En dan aankomen, tassen uitpakken, tent opzetten, eten, douchen en slapen. En tussendoor Gaea uitlaten en zelf rusten.

Dus tot de volgende keer dat ik weer internet heb,

Groetjes Gaea en Theo

Dag 17 tm 20: en still running strong

Dag 17:
Vandaag sta ik op (redelijk op tijd op, hoewel nog steeds later dan gepland.) In plaats van 6.00 uur sta ik om 06.15 uur op). Maar wel een kwartier eerder dan de volgende.Nu is het vannacht zo vochtig geweest, dat zowel de binnentent als de buitentent erg nat zijn van het condens. Gelukkig schijnt de zon. Dus zet ik alvast koffie voor onderweg, pak mijn tassen alvast in en bereid met geesteljk voor op een lange rit. Vandaag wil ik naar Chalon-en-Champagne fietsten, en tocht van 75 km en het wordt een warme dag. Maar zo slim als ik (soms) ben, had ik al flessen met water ijskoud staan. Mijn tent droogt niet, dus toch maar nat inpakken en meenemen. Nu nog even brood halen bij de bakker en dan om 08.39 uur, tijd om te vertrekken.

Het begint al meteen goed: een steile klim, die ik twee dagen geleden al gereden en vervloekt heb, mag ik nogmaals fietsen om het dorp uit te komen. In het begin fiets ik nog omhoog door bossen. Ik passeer de loopgraven, waarvan er een apart voor de kroonprins is gemaakt, luxe en zo ver van het slagveld, dat hij er geen last van had. Er is in al die tijd nog niet veel veranderd lijkt me.

Het is meer klimmen dan verwacht en ook de temperatuur ligt wat hoger en ook het landschap biedt steeds minder schaduw. Zodat we omstreeks 12 uur aankomen in La Croix de Champagne, waar we verhit en dorstig neerploffen in het gras, in de schaduw van een heg. Waar we met ijskoud water zijn gestart is het nu op het water in geïsoleerde beker na handwarm. Lekker voor een zwembad, maar niet om te drinken.

Als we een minuut of tien liggen komt er een auto voorbij. De chauffeur doet het raam open en roept wat, maar ik kan het helaas niet verstaan. Dan draait hij het erf achter de heg op, en komt even later naar ons toelopen. Hopelijk stuurt hij ons niet weg, want ik ben er nog niet aan toe om weer de zon in te fietsen.

Nee, hij heeft mijn Jacobsschelp gezien en hij nodigt mij en Gaea in zijn huis uit. Hij heeft in de koelkast ijskoud water staan voor Pelegrins ( en ook voor Gaea). Nadat we onze voorraad hebben aangevuld, bedank ik hem, hetgeen hij niet nodig vindt, hij vindt het de normaalste zaak van de wereld om water en onderdak aan Pelegrins te bieden. Ik moet zeggen, als het een paar uur later was geweest, had ik zijn aanbod voor onderdak direct aangenomen. Maar ik wist ook dat er voor Charon-en-Champagne verder geen mogelijkheden waren om eten en drinken in te slaan, dus ik stap uiteindelijk toch weer op de fiets en ga verder. En hoewel mijn conditie met sprongen vooruit gaat (en mijn gewicht achteruit), lijken de heuveltjes op het eind van de dag aanzienlijk hoger en steiler dan mijn GPS aangeeft. Zal het apparaat eens laten nakijken als ik weer thuis ben.

Om 16 uur kom ik dan, na 78 km,  uiteindelijk toch op de camping in Chalons-en Champagne  aan. Ik pak als eerste mijn stoel uit, zet het in de schaduw, geef Gaea koud water en ga relaxen in mijn stoel. Na een uurtje vind ik het welletjes en zet mijn tent heel rustig op, eet mijn brood op en ga met Gaea wandelen en doe wat inkopen.

Verder op tijd naar bed, want morgen worden het weer 67 of 77 km, denk ik.

Dag 18:

Vandaag wil ik weer vroeg opstaan, maar ontwaken is wat lastig. Maar rond 6.30 uur sta ik dan toch op en ga eerst even Gaea uitlaten. De bakker is nog niet open, maar ik heb bruin brood van gisteren, dus daar moet ik het maar mee doen. En omdat ik vlees niet goed kan houden, wordt het vandaag vor de verandering weer smeerkaas en pindakaas op brood.

Nadat ik alle spullen heb ingepakt, ben ik om 9.38 uur gereed om te vertrekken. Ik heb vandaag een drietal opties voor ogen. Of overnachten op een veldje tegenover de kerk van Lettrée na 27 km, of op de camping L’Il te Arcis-sur-Aube op 62 km en daarbij opgeteld 5 km van de route af of op de camping La Barbuise op 75 km en 2 km van de route af. Nou ik kijk wel hoe het gaat. De eerst heeft niet mijn voorkeur, omdat er geen winkels zijn en ik moet hoognodig wat boodschappen doen. De keuze tussen de andere twee laat ik afhangen, van hoe de rit verloopt en hoe warm het vandaag wordt.

De reis vandaag gaat over een kilometerslange weg met alleen maar graanvelden voor zo ver het oog reikt, met weinig bomen en nog minder dorpjes waar je in de schaduw kunt én de temperatuur neemt flink toe. Gelukkig zijn de klimmen korter en minder steil dan heuvels in de Ardennen, maar door de droogte en de hitte probeer ik steeds na ongeveer een half uur schaduw te vinden, even wat water te drinken en bij te komen. Helaas is dit schijnbaar ook de favoriete plaats voor horzels en ik moet ze dan ook steeds van me afslaan. Zelfs als ik fiets achtervolgen ze me en proberen me te steken, wat ze ook regelmatig lukt. Maar het motiveert me om harder te fietsen in de (ijdele) hoop, dat ik ze achter me laat.

Om 12 uur kom ik bij de eerste optie aan. Er is piepklein parkje in de schaduw bij een kerk en een begraafplaats waar ik koud drinkwater kan krijgen. Dus flessen aanvullen en lekker in de schaduw de route bestuderen; een beetje lezen uit het boek Camino, die we als ibook van Jeroen en Marije hebben gekregen, en wat rusten, terwijl de moeders die hun kinderen ophalen je medelijdend aankijken en doorlopen.

En verder gaat de reis.
Onderweg stuurt Irma een berichtje dat het verstandig is om ook een siësta te houden. Niet lang daarna zie ik een park zie met picknicktafels in de schaduw, en het idee van een siësta en warm eten spreekt me wel aan; dus mijn noodrantsoen spaghetti Bolognese uit de tas, water in de pan en de spaghetti erbij. Nu hopen dat ik genoeg dat gas heb. Gelukkig! Nou moet ik zeggen de droogvoerpakketten uit de supermarkt vooral zout zijn, maar dat komt nu wel goed uit. Dus verder op de fiets. Er komen nog wat klimmetjes van 5 – 6 % aan.

Rond 5 uur kom ik bij de tweede optie aan. Ik voel me nog erg goed, en weet dat het morgen waarschijnlijk 34 graden wordt, én dat ik dan ook nog twee stevige klimmen voor de boeg heb voor ik in Troyes ben, dus opteer voor de derde optie, camping La Barbuise te Montzusain. Dat is morgen in iedergeval 1 klim minder.

Achteraf geen gelukkige keuze. De klim was erg steil en ik was toch meer vermoeid dan ik dacht, dus viel twee keer bij het afstappen  met fiets en al om richting de sloot, voor ik doorhad dat de weg aan de rechterzijde 20 cm afliep en daarna het steile talud van de (gelukkig droge) sloot volgde. De val gebeurde in slow-motion, het gras was zacht en alleen mijn ego had een deuk opgelopen. Maar daar kom ik de komende maanden, denk ik, wel overheen.
Uiteindelijk kom ik aan in Montzusain. Ik heb het wel gehad voor vandaag, en ga nu op zoek naar de camping. Omdat er geen bordjes zijn, probeer ik de richting aan de hand van de kaart te bepalen. En na een paar kilometer dwalen, vraag ik het aan de eerste de beste die ik tegenkom. Zij wijst me terug. Ik ga terug. Na weer wat kilometers dwalen, vraag ik het weer aan een ouder stel, zij wijzen me de compleet ander kant op. Dus ik denk: “Bekijk het maar”, en ik fiets door naar Troyes.

En uiteindelijk na 108 km en na 20.30 uur kom ik op de camping Municipal Troyes aan. Het lijkt me verstandig om 2 dagen rust te nemen, vooral omdat de temperatuur in deze dagen erg hoog gaat worden.
Plekje uitzoeken in de schaduw en dan eerst even rustig op de stoel bijkomen. Nou dat is maar eventjes, want de muggen hebben door dat er vers bloed is. Dus vlug de tent opzetten, lange broek en lange trui aan en kijken of ik in het restaurant nog wat kan eten. En ja hoor: Hoewel de kok net weg is, is de oven nog warm en Bas, de barkeeper van de avond, kan en wil wel wat klaarmaken: Een goed gevuld pizza! En ik besluit dat deze vergezeld kan worden door 2 biertjes. Dat heb ik wel verdiend!

Dag 19:
Ik word op tijd wakker. Dus ga even ontbijten en navragen waar ik gas kan krijgen, daar, in tegenstelling tot wat mij verteld is, ik nergens een ander merk gas kan krijgen dan Caminggaz. En laat dat nou het enige gas zijn, die niet past op mijn kooktoestel.Gelukkig biedt de vrouw achter de receptie, Yvonne, aan om met me mee naar de Decathlon te rijden en met Gaea te wandelen terwijl ik kijk of ik daar het gas kan kopen. En gelukkig, ze hebben ze. Dus er maar meteen twee aangeschaft voor mij en twee voor haar, zodat ze mogelijk andere fietsers hiermee kan helpen. Wat een service! Ik was gisteravond al blij, nadat er toch een pizza klaar werd gemaakt ondanks dat de kok weg was, maar dat er ook nog iemand je met de auto brengt op zoek naar gas! Helemaal toppie!!!!

Dus de rest van de dag: kleren wassen, wat lezen, wat lui(st)eren en ’s avonds een wandeling naar Troyes. Een erg mooi en sfeervol centrum, met een mooie kathedraal, mooie vakwerkhuizen én veel gezellige terrasjes. Hierna keer ik terug naar de camping om bij de bar onder het genot van een biertje aan de website werken.

Dag 20:
Ik ga mijn bestelde brood ophalen, wat blijkt ik heb wel mijn naam ingevuld, maar ik heb de bestelling alleen in mijn hoofd ingevuld. Een goed begin van de dag, gelukkig is Bas zo aardig om me toch het brood te geven, en het vergoeilijkt door te zeggen: “Kan op onze leeftijd gebeuren joh”. Dus nog even jam gehaald en het zondagsontbijt, kan vandaag, op zaterdag gegeten worden.

Verder doe ik vandaag niet veel: Ik moet nog een nieuwe fietsbroek aanschaffen, want een is echt te weinig en mijn tweede is echt te ver uitgescheurd. Dus op de site van Fietsvaria gekeken, wat informatie bij hen ingewonnen. De informatie kwam snel waarna ik mijn bestelling gedaan. Ik zal de komende twee weken het nog met een broek moeten doen. Dan brengt Irma de nieuwe broek mee naar de Dordogne.
Vanavond publiceer ik dit nieuwe bericht en dan slapen, want morgen is het erg vroeg dag. Ik wil graag om 7 uur op de fiets zitten, daar het om 12 uur al 37 graden is, en dan wil ik met Gaea al op een camping in de schaduw zitten.

Dus: bon soir de Gaea et Theo

 

 

Dag 7 tm dag 16. Het duurt even, maar dan ben je ook aan een rustdag toe

Dag 16:

Vandaag een relaxte dag op de camping Le Paquis in Vareness. De stad waar Louis de 14e en zijn vrouw Marie Louise opgepakt werden onderweg naar de vestiging in Montmedy. Het heeft de inwoners van Montmedy toen wat gekost om niet vernietigd te worden door de legers van de familie van Marie Louise. Maar ook hier gold: Alles heeft zijn prijs. Ze proberen het volgens mij nu terug te verdienen door een route door de stad uit te zetten waarin de gevangneming van beiden is beschreven. Voor de wat verlate ramptoeristen, denk ik.

Maar even terug naar de camping: Voor fietsers van alle gemakken voorzien: koelkast, waterkoker, je kunt je electronica vrij opladen en overal zijn picknicktafels waarin je kunt eten, koken of zoals ik nu doe internetten. En een verse bakker en een supermarkt met mooie verse groente. Dus dat wordt smikkelen vandaag.

Morgen een dag van 29 graden en 70 km door hooivelden. Dus dat wordt erg vroeg opstaan en vertrekken, zodat we hopelijk, als het te warm wordt, toch een boom met schaduw vinden om een dutje onder te doen. ( En ja, om mijn tennisvrienden voor te zijn, ook voor mij tellen de jaren!)

Dus nu tijd voor de voorgaande dagen:

Normalerwijze zou ik nu beginnen met dag 7. Maar op mijn verzoek van Dik, ga ik toch even terug naar dag 3. Volgens mij, denkt Dik, net als ik, gezien de foto én de karaktertrekken dat ons tennismaatje een afstammeling is van baron Frits. Nu wordt dat door betrokkene in alle toonaarden ontkent, Dus zal ik de foto van baron Frits publiceren, zodat een ieder die hem kent, zelf een oordeel kan vormen.

Dag 7:

Ik had me voorgenomen om 6 uur te vertrekken, maar het wordt n half uurtje later. Half 6 opstaan,  aankleden, spullen inpakken, fietsen, kar en tassen naar beneden sjouwen en ik mag weer dezelfde berg,  die ik de dag ervoor ook al had beklommen (en weer had afgedaald), bekimmen. Nu is de ochtend niet echt mijn ding, dus dat valt helemaal niet mee. Aangezien ik zaterdag na Maastricht verder geen winkels was tegengekomen, moet ik de dag beginnen op water en een energiereep. Maar uiteindelijk kom ik in een klein dorpje waar een bakker is en die ook nog open is. Dus  sla ik brood voor de komende dagen in. Op naar Limbourg.

In Limbourg lopen 3 wegen pal naast elkaar en mijn GPS heeft me nog niet in de steek gelaten. Dus ik volg de aanwijzing de meest rechtse weg, die ook erg steil blijkt, omhoog. Bijna boven, en dat was weer piepen, kreunen etc., zegt hij: Keer om, verkeerde afslag. Dus ik denk sh!@#%t, maar volg de gehoorzaam de aanwijzing en daal af naar beneden. Dus de tweede afslag, nog steiler omhoog, en bij de laatste bocht: Keer om, verkeerde afslag. Dus ik denk sh!@#%t, sh!@#%t, maar volg wederom gehoorzaam de aanwijzing en daal weer af naar beneden. Dus de derde afslag. Gaat een tijdje goed, tot ik weer een bericht krijg dat ik om moet draaien en ik denk: DAHAAAAAAAAAAAAAAAG! Ik ben gekke Henkie niet. (Dat was mijn pa). Dus maar door fietsen en kijken waar ik uitkom. Dat was dus in wei met koeienvlaaien. Dus zeker niet de goede weg, denk ik zo. Gelukkig met behulp van Google maps, en een uurtje extra fietstijd, kom ik toch weer op de goede route.

Tot aan de voet van de klim naar La Ried en Stourmont, is het klimsh!@#%tmen, dalen, piepen, kreunen, afstappen, op adem komen en weer door. Gelukkig voor mij, is er een grasveldje met een picknicktafel, aan de voet van La Ried.

Dus eten en een dutje doen, en lichamelijk en geestelijk voorbereiden op de lange steile klim die ons te wachten staat.

De eerste klim naar La Ried is stevig, Gaea moet regelmatig meelopen, want het baasje kon de kar niet in zijn eentje trekken. (Nu weet ik ook waar de uitdrukking vandaan komt: Een fietser met een kar in de Ardennen!) Maar we komen boven. Uitgeput, maar met het (on-)gelukkige gevoel, dat er een nog langere en steilere klim in het vooruitschiet ligt. Dus slokkie water, Gaea uit de kar en daar gaan we. Na heel veel afstappen, op adem komen, bereiken we uiteindelijk Stourmont. Nu mogen we genieten van de vruchten  van ons werk: Een afdaling van 10 km. Gelukkig, want het water is op. En …….  we hebben toch een dorst! In Targnon aangekomen, zien we een klein barretje. Tijd om het vloeistofniveau bij te vullen: Een cola voor Theo en een bolletje vanille-ijs in een bakje voor Gaea. Het vertrekken duurt even, want onze diva wordt weer door omstanders vastgelegd op de foto. (En voor degene die niet weten wie ik daarmee bedoel, daarmee bedoel ik niet mezelf!)

Nu nog een kleine 7 km vals plat, en dan kom ik op de camping Chalet-Weekend. Ook hier tijd voor een rustdag. Dus hapje eten, electronica opladen en naar bed. Morgen weer een dag.

Dag 8:

Na een heerlijke nachtrust, ontbijt met het brood van gisteren en de droge worst die ik uit Nederland heb meegenomen. Vandaag doe ik weer een wasje, die ik binnen op mag hangen. Loop wat rondjes met Gaea, en moet nog boodschappen doen. Dus vraag ik aan Annemieke, de eigenaresse van de camping, waar dichtstbij zijnde winkel is voor boodschappen. Dat blijkt 7 km terug of 15 km verderop. Dus niet echt iets waar ik nu naar uitkijk. Maar Annemieke biedt aan, dat ik haar een lijstje meegeef, want zij moet toch nog boodschappen doen na het grasmaaien. Dat kan wel even duren, maar alles beter dan 14 of 30 km fietsen voor een paar boodschappen.

Onderwij en na een van de rondes lopen met Gaea, kom ik in gesprek met een Nederlandse man, die de as van zijn vrouw bij heeft om op de camping tijdens de zonnewende uit te strooien. Zij kwamen al jaren op deze camping op de heen- en terugreis naar Frankrijk, en het had een speciaal plekje in hun hart. Het blijft toch mooi wat voor mooie gesprekken je soms kunt hebben onderweg.

Als Annemieke terugkomt met de boodschappen, geeft ze me de bon, en zegt me dat ik het tegelijk met het overnachten en het eten kan betalen als ik vertrek. Ze geeft aan dat in al die tijd dat ze de camping heeft, dit altijd zo gedaan heeft en altijd zal blijven doen. En dat ze slechts 2 x de rekening niet betaald heeft gekregen, maar dat ze er toch voor kiest om vertrouwen in de mensen te houden.

Dus nu eten koken. Vegetarisch, dus geheel tegen mijn natuur in, aangezien ik vlees niet goed kan houden.  Gelukkig zijn er ondertussen een stelletje. Dagmar en Bertrand, gearriveerd die zijn gaan barbecueën, en zij krijgen waarschijnlijk medelijden met me, en bieden me een kippenpoot en een worstje aan. En mijn hele lichaam roept, nee schreeuwt: “Neem dat vlees, neem dat vlees!”

En zo gehoorzaam als ik ben, accepteer ik het aanbod. Nadat ik het bord terugbreng, drinken we nog wat biertjes en praten na. Het was een gezellige avond. Bedankt, Dagmar en Bertrand!

Dag 9:

Vandaag eet ik eerst wat van het oude brood met de droge worst, de gister aangekochte befaamde smeerkaas “La Vache qui ri” en stap op de fiets. Ik twijfel ik of  ik naar Moulin de Bistain fiets of naar Bastogne. Onderweg besluit ik dan om voor Bastogne te gaan. Bij de eerste camping aangekomen is het 13.15 uur, en na de camping komt meteen een lange steile klim. Twee redenen om door te fietsen. ’s Morgensvroeg meteen een steile klim is niet aan mij besteed. (Zoals meerdere sporten.)

Vandaag is het een dag met miezerregen. Buiten, klimmen, kreunen etc., en een mooi plekje om te pauzeren  heb ik niet zoveel te melden. Behalve dat ik mijn vouwslot op een domme manier bevestig op de hondenkar en hem ’s avonds kwijt ben. Maar uiteindelijk kom ik om 16.15 uur aan op de camping Les 3 Sartes. Een ietwat erg verouderde camping die zich aan het voorbereiden is op de opening van het seizoen. ’s Avonds na het bereiden van mijn wederom vegetarische avondmaaltijd, wordt ik door Peter en Anne, die vanuit Porto naar Maastricht fietsen uitgenodigd voor de koffie. Zij gaven aan dat zij enige dagen steeds met een ander paartje op dezelfde camping verbleven, en gaven me wat tips voor campings. En het was weer een mooie avond met mooie gesprekken. En ondertussen maakte ik nog reclame voor het Kenniscentrum AD(H)D en ASS. (Aan wie kan ik de rekening sturen Irma?)

Dag 10:

Het  was vannacht stervenskoud. En dat is niet bevorderlijk voor de nachtrust.

Peter, Anne en ik nemen afscheid en ieder gaat zijn eigen weg. Peter en Anne richting Maastricht en ik richting Bastogne. Weer klimmen, kreunen enz. Maar merk vandaag dat ik het aanzienlijk moeilijker vind om beslissingen te nemen, minder kracht heb, meer problemen met de coördinatie. Dus ondanks de leuke gesprekken, toch teveel prikkels gehad, denk ik. Dan scheur ik uit mijn fietsbroek en  klettert ook nog mijn MIO Cyclo 400 uit de houder op straat. Scherm kapot, maar gelukkig doet hij het nog wel. Kijken hoe de verzekering hier over denkt.

Gelukkig schijnt het zonnetje  als ik op camping Renval aankom. Ook hier wil ik 2 nachten blijven, zeker nadat ze de hoofdstraat zo mooi met paraplu’s versierd hadden voor me. Vanavond lekker eten:  Pottage de maison gevolgd door een heerlijke lasagna en een pilsje. Morgen lekker uitslapen. Dus Gaea uitlaten en naar bed. En weer een stervenskoude nacht. Dus vaak het bed uit om de blaas te legen.

 

Dag 11:

6.30 uur. Gerinkel, geroep vlak naast mijn tent. Daar gaat het uitslapen. Uitgerekend vanochtend kiest het leger uit om legertenten pal naast mijn tent op te zetten. Dus maar op tijd opstaan, boodschappen doen en ontbijten. Na mijn ontbijt, wil ik met Gaea naar het centrum lopen om geld te pinnen. Een paar honderd meter buiten de camping, begint ze met mank te lopen en met haar rechter been te trekken. Dus besluit ik om te keren. Zodra ik zeg: Kom we gaan terug, loopt ze weer normaal. Ik heb nu het donker bruine vermoeden dat ze me bespeelt. De muts. Maar het zekere ven de rust or het onzekere nemend, keren we weer terug naar de tent. De leger tenten die tegen mijn tent stonden, zijn ondertussen een kleine 50 meter verplaatst en de rust is wedergekeerd. Wat mij betreft, hadden ze wat later mogen beginnen; zo’n uurtje of 4 later? Na het eten, zie ik een stelletje met precies dezelfde doggyride als ik heb. Ze fietsen door, naar het andere einde van het veld. Zij blijken twee Belgen te zijn, die een paar dagen gaan fietsen met hun hond. Ze zullen de dag erna een foto maken van Gaea in de kar, omdat we de eersten waren die ze tegenkwamen die hond op reis is. Voor de rest, op tijd naar bed, kou lijden en vaak naar de toilet.

Dag 12:

Ik besluit om het volgende traject van 80 km op te delen in 3 dagen in plaats van 2 dagen fietsen en 1 dag rust. Eerst boodschappen doen en geld afhalen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Boodschappen doen gaat vlot. Maar een geldautomaat vinden waar iedereen kan pinnen is wat lastiger. Maar ook dat lukt uiteindelijk. Nu kan de reis verder. We krijgen meteen een omleiding. Dat wil zeggen één bord, die wijst welke kant je op moet, gevolgd door géén andere borden, zodat je het zelf maar moet uitzoeken. Waarschijnlijk Belgische logica?

Na een paar afslagen, die steeds weer doodlopen én die steeds stijl omhoog gaan, raadpleeg ik uiteindelijk ieder mans vriend Google Maps, en ik vind de juiste route naar de oorspronkelijke route. Joepie. Zo wordt een korte route toch nog een lange route. Ook vandaag  waait er nog steeds een koude noordelijke wind. Enerzijds fijn, want de windrichting is de fietsrichting. Scheelt weer energie. Anderzijds is het erg koud. Maar ja, een Nederlander heeft altijd wat te zeuren. Toch? .

Maar uiteindelijk kom ik aan op Camping Lescheret. Ik mag een mooi plaatsje aan het water uitzoeken.

Je kunt daar ook eten, maar ik heb vanochtend ingrediënten, inclusief spekjes ingekocht, dus toch maar zelf koken. Na het eten, ga ik nog even naar de kantine om te vragen waar ik mijn electronica kan opladen en om een kopje koffie te drinken. Dat kan in de kantine, en die gaat morgen pas om 8 uur open. Dat lijkt me nou echt geen probleem. In de kantine kom ik in gesprek met Jaap en Annemiek. (Ik hoop dat ik de namen niet door elkaar haal, want Theo en namen is geen goede combinatie). Ze zijn het stel dat een aantal dagen op dezelfde camping aankwamen als Peter en Anne. Ook zij hadden het koud gehad, en gaven me een aantal gouden tips: Jas over het voeteind van je slaapzak trekken, sokken aan en de handdoek tussen je luchtbed en je slaapzak leggen. Dit wordt de eerste nacht dat ik het niet zo koud had, dat ik mijn bed uit moet om te plassen. Heeeeeerlijk!

Dag 13:

Ik sta vandaag op tijd op: 8 uur. Zet een kopje koffie voor mezelf, en vul de thermoskan met koffie voor onderweg.  Hopelijk strand ik niet zoals Lodewijk de 14e en Marie Louise onderweg naar Montmedy, maar dat is voor mij gelukkig geen “hoofd”zaak. Onderweg kom ik een andere fietser tegen, heb natuurlijk weer gesprek en wat blijkt, we hebben voor vandaag dezelfde eindbestemming. Om mezelf te ontzien, vertrek ik z.s.m. en het duurt even voor we elkaar onderweg weer zien.

Onderweg bij de Abdij van Orval ontvang ik mijn eerste officiële stempel voor het Pelgrimspaspoort. Daarna is het doorstompen naar de camping naast de vestiging Montmedy, waar dezelfde fietser net voor me aankomt.

Vooral de grens is erg lastig gemaakt erg lang en erg steil. Maar we hebben het gered. Blijkbaar is er een soort ontmoedigingsbeleid voor fietsers uit België.

Op de camping aangekomen, kook ik lekker een pannetje eten, en ga daarna voor het slapen nog even de oude vestiging bekijken. Het is erg vervallen. Maar het wordt langzamerhand steeds meer opgeknapt.

Dag 14:

Vandaag wordt een korte rit, maar ik sta op tijd op, zodat ik vroeg op de camping Lac Vert plage te Dun-sur-Meuse hoop aan te komen. In Montmedy, schijnt een bakker open te zijn, dus ik kan vers brood en misschien nog wat ingrediënten voor het avondeten scoren. Bij navraag blijkt, achteraf ten onrechte, dat ik beter met de fiets kan gaan. De weg er naar toe is erg steil en het is gemakkelijker om er langs te fietsen, ware het niet, dat je dezelfde weg omhoog moet fietsen. En dat is wandelend lastig, fietsen erg lastig en met de hondenkar achter je fiets onmogelijk.

Ik verschiet hierdoor mijn kruit al voor ik goed en wel Montmedy uit ben. En er volgt direct weer een lange steile helling. Na een korte niet al te lange en vermoeiende tocht moet worden, kom uitgeput op de camping aan. Voor koken geen puf, dus douchen en een frites eten. Hier knap ik gelukkig weer van op. Dus tent opzetten. Even controleren of er geen scherpe stenen of takken liggen, en dan luchtbed opblazen en tent inruimen. Nog even Gaea uitlaten en heerlijk liggen……… dacht ik.

Ik schijn een steentje over het hoofd gezien te hebben en die ligt precies onder het luchtbed waar mijn rug op ligt. En dan ben je blij dat je je fietsbroek waar je uitgescheurd bent niet weggegooid hebt. Door deze tussen de plek waar het steentje ligt en het luchtbed te leggen, heb ik enigszins redelijk kunnen slapen.

Dag 15:

Ik sta enigszins geradbraakt op, maar dat geeft niet vandaag maar 27,5 km fietsen met weinig hellingen. Dat ziet er op papier goed uit. Helaas beter dan in de praktijk. De hellingen waren wel minder lang, maar soms erg steil, zodat het nog steeds piepen, kraken, steunen, stoppen en op adem komen was. Ik merk nu ook dat om de 2 dagen rusten, zelfs voor zo’n fit persoon als ik, geen overbodige luxe is. (Of misschien schat ik mijn fitheid hoger in dan het in werkelijkheid het geval is. Ook dat is een optie.)

Uiteindelijk kom ik aan op de camping Le Paquis te Vareness. Dus tentje opzetten, lekker uitrusten, even wandelen met Gaea en morgen weer een dag.

Dag 16:

Het cirkeltje is rond. Weer terug bij het begin. Ik ben 2,5 weken niet bezig geweest met de gevolgen van min beroerte, maar vandaag terwijl ik met Irma sprak via Houseparty, besefte ik dat, hoewel ik de afgelopen periode ontzettend heb genoten van de rust van de natuur, dat de gevolgen er wel degelijk zijn, en hoewel ze even uit het zicht zijn, helaas niet verdwenen zijn. Zelfs genietend van de natuur, blijven prikkels een belemmering, waarvan ik de gevolgen vaak de dag erna pas ervaar. Ook niet erg, betekent, dat ik mezelf ook deze tocht moet leren beperken in contacten. En ik heb nog bijna 4 maanden om te oefenen voor ik weer in het normale leven stap.

Dag 5 en 6 De eerste rit door de noorderlijke Ardennen.

De rustdag is verder redelijk rustig verlopen. Aan het eind van de dag kwam ik in gesprek met een man, die me vertelde over Henri Nouwen. Een theoloog die aan twee topuniversiteiten in Amerika les gaf, waaronder Harvard. Deze Henri Nouwen, was een groot bewonderaar van Rembrandt. Op een zeker moment in zijn leven, kreeg hij de gelegenheid om in zijn eentje het schilderij “De verloren zoon” te zien in de Hermitage te Rusland. Nadat hij uren naar het schilderij had gekeken, besloot om zijn functies neer te leggen en geestelijk gehandicapten te gaan helpen in een tehuis in Toronto. Ook liet hij het schilderij zien, en de symboliek waar ik normaal overheen zou kijken: De vader heeft een mannelijke en een vrouwelijke hand. En de rechterhand was de vrouwelijke hand. ls de vader God voorstelt, dan is in het schilderij de vrouw de rechterhand van God. Dat was aardig vooruitstrevend voor die tijd. Het deed me in ieder geval anders denken over kunst. Niet alleen mooi, maar soms ook vol boodschappen die de schilder, dichter of kunstenaar mee wil geven.

Dag 6:
Vandaag verlaat ik Nederland, en ga via de route “Oude wegen en steden” op weg. Het eerste deel is een makkie. De Bemelerberg, die ik twee dagen geleden piepend en krakend beklommen heb, kan ik nu afdalen. Kost aanzienlijk minder energie. (Nou weet ik weer waarom ik skiën zo leuk vind. Je wordt omhoog gebracht en de zwaartekracht brengt je weer naar beneden. Je hoeft alleen maar uit te kijken dat je daar heelhuids aankomt). Op naar Maastricht.
In Maastricht aangekomen, pauzeer ik even bij de Sint Servaaskerk. Daar ontmoet ik Tessa Reporter. Ze maakt een filmpje van Gaea, en stelt wat vragen. Als het goed is, kun je dit interview zien via Youtube.

Dan Maastricht uit .Langs de Maas, vlakke weg, wat dreigende bewolking, maar gelukkig geen regen. Zo fietsen Gaea en ik in een redelijk tempo naar Eijsden. En daar……. begint het klimwerk. Eerst wat kortere heuvels, die volgens mij steeds hoger worden en de klimmen steeds langer. En de temperatuur stijgt met het klimmen mee. Maar met de nodige stops, en Gaea die bergop naast de fiets loopt is het goed te doen. Zo rijden we omstreeks 16.30 uur het dorpje Cermont in België binnen. Hier kan ik gratis in de parochie overnachten. Dus niet!
Zodra ik aankom, loop ik naar de stadspoort waar het briefje hangt met het telefoonnummer, en bel deze. Geen contact. Ik loop naar het café en vraag of zij iets weten van de beheerder va het gebouw. Die zou er moeten zijn volgens hen, maar ze proberen hem te bellen. Geen contact. Dus ik dacht: Gratis overnachting, hoef niet meer te fietsen, het is warm, dus een goed excuus voor een koud biertje.Zodra ik aankom, loop ik naar de stadspoort waar het briefje hangt met het telefoonnummer, en bel deze. Geen contact. Ik loop naar het cafe en vraag of zij iets weten van de beheerder va het gebouw. Die zou er moeten zijn volgens hen, maar ze proberen hem te bellen. Geen contact. Dus ik denk: Gratis overnachting, hoef niet meer te fietsen, het is warm, dus een goed excuus voor een koud biertje. Daarna nog maar weer brllen maar geen gehoor. Ondertussen is dat heerlijke koude biertje op, en…de dorst is nog steeds niet over, en het is nog steeds warm. En aangezien ik toch moet wachten, kan er nog wel een koud biertje af. Ook kun je als pelgrim een Plat du Jour de Renouveau bestellen. Ik denk gratis overnachting, dus moet een keer kunnen. Zeker omdat er in de weidse verte geen winkel te bekennen is. Net ls ik het eten besteld heb, krijg ik een plaatsvervangend beheerster aan de lijn. Ik kan slapen in het parochiegebouw, maar de hond niet. Ook mag ik geen tentje opzetten in de tuin.
Oke?????? Wat nu, het is al bijna 8 uur, en ik fiets liever niet in de schemer. Toch maar even het eten opeten en ondertussen navragen bij de plaatselijke bevolking, er zijn er 12, ik verwacht de helft van het inwonertal van Clermont, of er in de buurt een camping is. Ja, de dichtsbij gelegen camping is 15 km daar vandaan. Volgens mij zien ze aan mijn gezicht dat Theo daar niet gelukkig van wordt. Helemaal niet gelukkig. Dus bellen ze na of ik ergens mijn tentje op mag zetten. Na het eten krijg ik te horen dat ik mjn tentje in de tuin van de ouders van de serveerster mag opzetten. Maar ik ka er niet naar de toilet of douchen. Nou dat maakt me helemaal niet uit, de enige die me ruikt en ik zelf, en als ik maar een plaats heb om te slapen. Dus de helling die ik al eerder genomen heb (op mijn laatste restje energie), fiets ik weer naar beneden. Bj de ouders aangekomen zijn de mensen reuze aardig. Ze helpen mijn fiets, bagage en kar mee naar boven te sjouwen. (De tuin ligt ongeveer drie meter boven straatniveau), geven me een kopje koffie, en vragen of ik naar de toilet wil? Ook kijken me mee warrig aan van: “Wat een malloot om met de hond in het karretje naar Spanje te willen fietsen”. En die blik herken ik direct. Die zie ik elke dag in de spiegel als ik uitgeput op de camping aankom. Nog even Gaea uitlaten en slapen, ik wil morgenvroeg rond 6 uur op de fiets zitten.

Dag 1, 2, 3, 4 en 5

Zondagmorgen vroeg opgestaan om op tijd, dus 12 uur te vertrekken. Maar zoals de meeste die me kennen ook verwacht hadden. Net niet gehaald. Dat werd me om 12.05 uur ook netjes meegedeeld. Dus snel schoenen aan, afscheid genomen van alle aanwezigen, en fietsen!

Nu fietste Elke de eerste 20 km met me mee om of om me moreel te ondersteunen, of om zeker te weten dat ik niet omkeerde.  Maar hoe dan ook het was erg fijn om het eerste stuk met haar mee te fietsen. Doen we over een paar maandjes gewoon over, maar dan langer.

En in Bergen een milkshake voor mij en een ijsje voor Gaea en Elke genuttigd. Daarna was het tijd om afscheid te nemen en verder te fietsen richting camping Hoeve de Maasduinen te Wellerlooi voor de eerste overnachting. De laatste kilometers leken steeds langer te worden en ik was blij op de camping te zin.

Daar aangekomen eerst maar een heerlijk koud flesje bier gekocht, mee naar de tent genomen, stoel opgezet en heerlijk in het zonnetje het biertje opgedronken.

Uiteindelijk  vroeg naar bed en slapen!

Dag 2:

Gaea was vroeg wakker (5 uur) en vond dat het tijd was om op te staan. Dus haar even uitgelaten en weer terug mijn bed in . Om 6 uur vond ze het echt welletjes, de zon scheen, dus toch maar besloten om rustig op te staan en spullen te pakken. Om 7 uur waren de tassen gepakt, en moest de tent nog afgebroken worden. Omdat deze nog nat was, eerst even ontbeten, gedouched en Gaea nog een keer uitgelaten. Dus om 9.00 uur tijd om te vertrekken.

Op dat moment kwam de buurman vragen naar mijn fiets en waar de reis naar toe ging. Toen ik vertelde dat over mijn reis, werd jij enthousiast en bood me koffie aan.  Hij had vele fietstochten met zijn vrouw gemaakt, onder andere naar Santiago en Wenen en nu ze 78 waren, vond zijn vrouw het welletjes en besloten ze om met de caravan op een camping te gaan staan en daar in de omgeving te gaan fietsen.  Dus om 10.40 uur stap ik echt op de fiets. Het was toen al erg warm, en het werd steeds warmer. Maar de route was weer erg mooi. Bossen, de Hertog Jan Brouwerij, de Witte Kapel in Venlo en daarna het Maaslandschap.

Terwijl ik door Venlo fiets, hoor ik getoeter, kijk op en, aangezien hij daar werkt, verwacht ik mijn bruur te zien . Maar nee, het was een man die wil weten of ik , gezien de schelp voor op mijn fiets ook naar Santiago fiets? Omdat ik hierop ja antwoord, zet hij de auto aan de kant  en vertelt over zijn reis naar Porto over de route Langs Oude Wegen naar Santiago en dan door naar Porto. Dat is het mooiste van de route, niet het afzien, maar de ontmoetingen onderweg. Na vele tips, en zijn verhaal over de American Coast to coast route die hij gefietst had, is het weer tijd om verder te fietsen. Tip: Bloemencamping de Hazenakker te Kessel.

Nou deze camping is inderdaad erg plezierig, 27 plaatsen, sanitair erg goed verzorgd en de eigenaars zijn reuze vriendelijk. En niet alleen de eigenaars maar ook de bezoekers. Nu moet ik zeggen dat Gaea de aandacht van een ieder trekt, dus aan gesprek geen gebrek.

Ook  hier weer biertje mee naar de plaats genomen, stoel neergezet en heerlijk in het zonnetje mijn biertje gedronken. Daarna de tent opgezet en samen met Gaea naar het dorp gelopen om inkopen te doen voor hetavondeten. Op dat moment dat ik aankom lopen sluit de zaak. Sh!@#?!&t.

Gelukkig heb ik een noodrantsoen bij die ik warm heb gemaakt en ook deze smaakte goed. Bedankt Inneke en Peter!

Daarna Gaea nog even uitgelaten en weer naar bed. Morgen neem ik een rustdag om even te evalueren, en Irma komt ook even langs. Fijn.

Dag 3: Gaea vindt 5 uur weer een mooie tijd om op te staan. Voor degene die zich afvragen hoe: Ze slaat met haar poot op je gezicht tot je beweegt. Dus even uitgelaten en terug naar bed.

Om 7 uur komen ze Gaea terugbrengen. Ze is onder het tentdoek gekropen en ging bij andere campinggasten op bezoek. Gelukkig zijn alle mensen gek op haar, dus verder geen probleem. Dus toch maar opgestaan en haar uitgelaten.

Om 8 uur terug en mijn buurman vraagt of ik een kopje koffie lust. Nou dat is niet aan dovemans oren besteed. Dus heerlijke koffie gehad, waarna ik ga ontbijten, douchen en wat aan de fiets sleutelen. Daarna nog even kijken welke zaken ik aan Irma mee teruggeef. Want elke kilo bagage voel je! En de echte bergen moeten nog komen.

Ondertussen maak ik en praatje met een campinggenoot uit Amsterdam, 82 jaar oud. Hij vertelde me dat zijn vrouw vorig jaar met naar het ziekenhuis moest. Terwijl hij wachtte op de gang, kwam de verpleegster haar sierraden brengen met de boodschap: We kunnen niets meer voor haar doen. Maar gaf ze aan: “Er zijn drie hartchirurgen in overleg. Misschien dat een van de drie het aandurft. ….Nadat hij verdwaasd een kopje koffie met een broodje was wezen nuttigen en zijn kinderen had gebeld. Kwam de verpleegster dat een van de artsen het toch aandurfde en dat zijn vrouw naar de OK was. Nu een jaar later genoten ze samen van hun verblijf op de camping. Wat een mooie afloop toch. Ik werd er in ieder geval stil van.

Om 13.30 uur komt Irma. Ik was net uitgenodigd bij de buren voor een kopje aspergesoep. Nou ben ik toevallig een echte soepliefhebber. Dus mijn antwoord laat zich raden. Na de soep nog even gepraat met de buren en daarna naar Kessel gereden. Limburgse pruimenvlaai gegeten, gewandeld en daarna getrakteerd door Irma op een heerlijke lunch bij Baron Frits. De foto van Baron Frits leek wel op mijn tennismaatje, en omdat hij recalcitrant was, is hij begraven in een loden kist buiten de katholieke begraafplaats. Ik vermoed dat het een verre voorouder is?

Na de lunch gaan we naar de tent, ik geef Irma nog wat zaken mee en we lopen samen naar de auto. Het afscheid voor de komende tijd komt nu pas binnen. Toch voelt het ook goed: Voor mij om weer in kracht te komen. Voor Irma om voor het eerst in 2 jaar niet meer voor mij te hoeven zorgen, maar ook tijd en aandacht voor zichzelf te hebben.

Nadat Irma vertrokken is, en we afscheid hebben genomen, nog even voor de tent gezeten, Gaea uitgelaten en lekker mijn bed in. Tijd om de website bij te werken. Dit lukte aardig tot de vorige alinea. Toen viel het internet uit, en begon schijnbaar het damesvoetbal waar de hele camping was behalve ik. Ik hoorde de dag daarna dat het 1-0 was voor Oranje in de blessuretijd. Het bleken de dames van Oranje te zijn. En nog een keer tegen Noorwegen gelijk en het WK is een feit. Is er toch nog voetballend Nederland dat naar de WK gaat.

Woensdagochtend vroeg opgestaan. Nog wat gepuzzeld met de bagage. Gedouched en ontbeten. En daarna door Karel en Stida op de koffie gevraagd.

Was weer erg gezellig en ik heb Karel de website doorgegeven waarop hij me kan volgen. Onder de koffie zei Karel: “Voor twee kopjes koffie heb ik toegang gekregen tot Theo’s website”.  Helaas Karel het waren er inmiddels vier en een kop heerlijke aspergesoep die Stida  gemaakt heeft.  Dus het laat zich raden voor we weer op weg zin is het toch weer 11 uur. Toch niet echt een ochtendmens?

Vanuit de camping naar de veerboot van Kessel. Daar trefen we een stel van in de 70 die laatste lootjes van de fietsvakantie Rondje Nederland afronden en een stel uit Zwollie die naar de oorsprong van de Maas fietsen in 10 dagen tijd. Ik zal hen nog  drie keer tegenkomen die dag. Ook hier ise natuur weer adembenemend en rustig. Zo strand ik op 660 meter voor mijn volgende overnachtingsplek De Maasparel in Maaseik. Een van de banden van de hondenkar was kapot. Gelukkig had ik iets om in de band te spuiten zodat het hard blijft. Dus 5 minuten later weer op de fiets. En 5 minuten later op de plaats van bestemming. Omdat iki tevoren gebeld had, weet ik dat er niemand is Dus dat ik mijn tentje op kan zetten en dat de achterdeur open was, zodat ik naar het toilet en de douche kan.

Du tentje opgezet, spullen uitgepakt, en….sh$%#@&*t de band staat weer leeg. Hopelijk is er een fietsenmaker in het dorp. Ondertussen verschijnt Hilde, samen met haar vriend Frederique, eigenaar van de Maasparel. Ze vertelt me dat toen haar vriend van terugkwam van de wandeling, hij zo enthousiast was dat hij Camino-gangers gratis onderdak aanwilde bieden.

Nadat ik aan Hilde vraag tot hoelaat de winkels open zijn in Maaseik, want een ezel (zelfs als die Theo heet), stoot zich hopelijk niet twee keer aan dezelfde steen, biedt ze me een kop groentesoep met kip aan. Nou heerlijk!!!! Ook mag ik zoveel aarbeien, kersen en frambosen plukken als ik lust. Nadat ik de kop en het bestek terugbreng, biedt ze nog kip en brocolli aan. Helaas zit ik al vol van de soep. Want als deze net zo lekker smaakt, nou………

Na het eten lopen Gaea en ik Maaseik in om een fietsenmaker te vinden. En check! Fietsenmaker Chrislou. Deze is echter pas de volgende dag om 9.30 uur open. Dus terug naar de tent. Als ik terugkom staat Hilde in de tuin, ze vertelt me dat ze de dag daarna al vroeg weg is om een laatste examen te doen. Maar ze laat de achterdeur open zodat ik kan douchen en kan vertrekken wanneer het uitkomt. Dus resteert me weer naar bed te gaan en te gaan slapen.

De volgende morgen om 7.45 uur opgestaan, spullen ingepakt, karretje afgekoppeld, waarna Gaea en ik om 9 uur met het wiel met de lekke band naar de fietsenmaker ga. Ik word direct en erg vriendelijk geholpen. Dus terug naar de Maasparel, het wiel terugplaatsen en vertrekken. Het is ondertussen 10.40 uur. Zo vroeg was ik nog niet!

Vandaag een lekker dagje. Veel zon en kan vast oefenen met klimmen, want vanaf hier is geen weg meer vlak. Maar het vordert gestaag. Tot 9 km voor Maastricht. Eerst druppelt het, maar naarmate de afstand naar het eindpunt kleiner wordt, neemt de frequentie van de waterdruppels toe. Maar na enige tijd sta ik dan toch in Maastricht. Het eindpunt van deze fase is bereikt, nu nog een camping vinden. Dat wordt camping Gasthoes in Bemelen. Wat ik op dat moment nog niet weet is dat er helling van 8% bijzit. Daar zit ik niet op te wachten. Vooral niet in de stromende regen. Maar ik kom boven, al hijgend en piepend en krakend. Dit ga ik de komende tijd wel meer mee maken ben ik bang. Op de camping vertellen ze me, zet je tentje maar op, en we zien  straks wel om alles te regelen. Dus buitentent opgezet, spullen binnengezet,  stoel uitgepakt en Gaea en ik zitten rustig de regen af te wachten. Na een half uur is het weer droog.   Dus lekker genieten van het stokbrood dat ik in Maaseik heb gekocht, tent verder inruimen en douchen. Na het douchen spreek ik even met Lucy, de eigenaresse, en besluit om een nachtje extra te bijven, zodat ik de was kan doen, boodschappen kan halen en zowel Gaea als mij een dagje rust te geven. En om jullie bij te praten natuurlijk. En daarna naar bed.

Vandaag vrijdag 15 juni, stond ik op fietst naar de winkel 2 dorpen verder, deed mijn was en maak nu de blog in orde. Ik weet niet wanneer ik weer toegang tot internet heb. Dus tot snel weerziens