Ik leef en fiets nog…

Vandaag eindeijk weer een camping met internet. De week van 7 tm 14 juni komt op een later tijdstip, en de week die ik samen met Irma doorbracht in de Dordogne houd ik lekker voor onszelf. Ook foto’s gaan nu ook nog niet lukken, daar ik anders nog een paar dagen bezig met down- en uploaden. Sorry!

Maandag 23 juli:
Vandaag is de laatste dag op de camping. Voor 12 uur moeten we de tent ingepakt en de standplaats verlaten hebben. Om toch nog een extra dag samen te hebben, gaan we naar Cahors. We overnachten in hotel Les Chatreux. Onze kamer kijkt uit op de rivier de Lot. Brug over en je bent in het oude centrum. Dus zo gezegd zo gedaan. We laden de fiets af en parkeren deze bepakt en al in een afgesloten garagabox. Dus morgenvroeg staat de fiets geduldig te wachten op zijn berijder. Wat een fiets he!
(Ik heb al veel fietsen gehad, en die heb die steeds netjes geparkeerd voor een winkel, of café, maar wachten op me? Nee hoor!)
Nadat we alle spullen op de kamer hebben gezet, gaan we lekker naar het centrum van Cahors. Het eerste wat Irma binnen valt, is: Ik heb dorst dus laten we eerst wat drinken. En zo volgzaam als ik ben, sluit ik me zonder tegenspraak bij dat idee aan. En ik moet zeggen een geweldig idee! Het koude bier was een genot voor mijn tong, keel en dorst.
Na een tijdje wandelen in Cahors, waarvan op maandag de meeste winkels dicht zijn, is het tijd voor een ijsje. Dus  tweemaal ijskoffie Liegoise en een bolletje ijs voor Gaea, zij heeft tenslotte ook vakantie.

Na het ijsje komt Irma met het nieuws: Op 28 augustus is de hoorzitting bij het UWV in verband met het bezwaar. Het zwaard van Damocles, waar ik weken niet mee bezig was, en als ik er al mee bezig was, aanwezig was als iets abstracts en een ver van mijn bed show. En dat klopte fysiek ook wel.
Wat nu? Santiago en dan door naar Porto, gaat niet lukken, in Spanje mag Gaea niet in het openbaar vervoer.

Irma stelt nogmaals voor om met haar terug te reizen, ook daar ik erg vermoeid lijk/ben? Ikzelf merk dat niet onder het fietsen. Wel dat ik onderweg veel rust neem, regelmatig de stoel opzet in de schaduw, om Gaea rust te geven en samen af te koelen, en dan toch een half uurtje of langer slaap. Maar het is dan ook erg warm onderweg.

Ik ben er nog niet aan toe. Voor mij is het nog niet klaar, fietsen is veranderd in afstand nemen van het werk, lekker bezig zijn en leren omgaan met de veranderde omstandigheden naar: mezelf opnieuw ontmoeten. Ik merk dat de stilte, (Nou stilte? De vogels in Frankrijk zingen er lustig op los.), maakt dat ik in gesprek ga met mezelf, maar ook dat ik weer zing op de fiets. Iets wat ik sinds de lagere school niet meer deed. Ik geniet weer van het schrijven van stukjes en kan ontzettend genieten van de kleine dingen om me heen.

Maar terug naar de boodschap dat ik 28 augustus in Nederland moet zijn voor de hoorzitting. Aangezien het voor mij nog niet klaar is, maar ook dat Santiago erg moeilijk wordt, besluit ik dat ik terugfiets naar Nederland. Over de oude wegen en steden naar Dun-sur Meuse en vandaar de Maasroute volg. En op 25 augustus, als we 29 jaar getrouwd zijn, haalt Irma mij op als ik dan nog niet thuis ben. In september vlieg ik dan weer met Elke naar Porto om samen naar Sevilla te fietsen, zoals gepland, en van daaruit fiets ik door naar Santiago de Compostella.

Vreemd. Ik fietste naar Santiago als Pelgrim om gebruik te kunnen maken van de voorzieningen onderweg. Dat is niet onderweg veranderd. Door de pelgrims die ik onderweg tegenkwam en de gesprekken met hen is Santiago niet langer alleen maar een doorreisstop. Wat het wel is geworden weet ik niet , en zal ik mogelijk ook nooit weten. Maar dat is niet belangrijk. Soms is de weg het doel.

’s Avonds na het eten, probeer ik de gps van MIO met de nieuwe route te laden. Maar dat gaat niet met de nieuwste Windows 10 versies. Om 02.00 uur geef ik het op en ga slapen. Wat een klere apparaat! Dus morgen maar terugfietsen aan de hand van het boekje.

Dinsdag 24 juni:
Wakker worden is vandaag niet mijn favoriete bezigheid. Nog even naar de computer kijken, maar het overzetten van de tracks is echt niet gelukt. Dus maar old fashion: gewoon oriënteren op de kaart en hopen dat ik in geval van nood, een bestemming kan invoeren in de gps.Nog even douchen en dan het laatste ontbijt met Irma voor een lange tijd. (Toch wel raar, om haar gevoelsmatig achter te laten en steeds verder en steeds dichterbij te fietsen. )Maar uiteindelijk stap ik op de fiets met een gevoel van gemis. Nu de brug over en mijn stempel halen bij Camino.loc. Na de stempel is het tijd voor een foto-/videosessie met Gaea. En daar gaan we. Op weg naar Vers. En kleine 16 km, maar wel een stevige klim, hitte tot 36 graden en een slap gevoel in de benen. Het blijft voor  me steeds weer een raadsel hoe groot de impact van spanning en prikkels op mijn fysieke functioneren heeft.

Onderweg stop ik een aantal maal. Twee keer lang, waarbij ik lekker ga zitten en wat eet en drink en de tweede keer zelfs een half uurtje slaap. Dan na de lange klim, begint de afdaling van 4,5 km. Langs rotsen, onder bomen en met veel bochten. Vooral de afdaling is genieten. (Het klimmen was iets meer afzien.) En dan komen we in Vers aan. De camping ligt aan de rivier, en heeft veel schaduw. Dus tentje opzetten en dan in de schaduw even uitpuffen. Om 17 uur, als het een beetje is afgekoeld het dorp in om inkopen voor de  avondmaaltijd te doen, maar hier zijn de winkels op dinsdag middag dicht. Gelukkig is buiten de camping een strandtentje waar je een overheerlijke hamburger Italiano kunt eten voor weinig geld. (Ik blijf tenslotte wel een Nederlander hé!) De bediening is wat vergeetachtig, maar allercharmants, dus het is haar vergeven dat ik even op mijn biertje moest wachten. Maar ook hier geldt: Wie rustig wil eten, laat Gaea thuis. Weer mensen die kwamen vragen wat voor een ras het is? Wat een mooie hond! Wat een rustige hond, ze blaft niet eens. (En in Frankrijk blaffen ze allemaal en erg veel). Maar uiteindelijk lukt het toch om rustig mijn hamburger en frites op te eten.

Als ik terug kom bij mijn tent, komt mijn Franse buurman naar me toe om een praatje te maken. Hij adviseert me om via Gramat naar Rocamadour te fietsen, daar deze een langere maar mindere steile klim heeft. Ik bedank hem, en denk: Hier moet ik een of twee nachtjes over slapen.
Vanavond op tijd naar bed, morgen om 8 uur gaan de bakker en het dorswinkeltje open en daarna wil ik graag op weg.

Woensdag 25 juni:
Vandaag sta ik om 07.00 uur op. Vlug tent afbreken spullen inpakken, voor zover nodig, en met Gaea naar de winkels lopen om de boodschappen te doen. Daarna nog even ontbijten en omstreeks 10 ur ben ik onderweg. Mijn gps doet nu echt helemaal niets meer, en is dus overtollig gewicht. Het is en blijft een klereding, waarvan je wel ontzettend veel plezier hebt als het werkt. Dan maar aan de hand van de kaart.

Gelukkig is het redelijk recht toe recht aan, met dien verstande dat er weer een mooie klim in de mooie temperatuur van boven de 37 graden aankomt. Maar ik heb er zelf voor gekozen, dus niet zeuren. (Wel was het verstandiger geweest om een uurtje of twee eerder te vertrekken.)

Na een klim vanuit Vers uiteindelijk in het mooie dorpje Saint Martin-de Vers aangekomen, waar een prachtig bankje in de schaduw van de bomen geduldig op me staat te wachten. Dus eten uitpakken, de koffie die ik vanmorgen gezet heb voor onderweg tevoorschijn halen, lekker onderuit en een sinds kort nieuw aangeboorde kwaliteit volledig benut: relaxen.

Daarna gaan we verder. Ik besluit in het dorpje La-Bastide-de-Murrat of ik nog verder fiets naar Monfaucon of in La-Bastide-Murrat overnacht. In het eerste geval krijg ik de dag erna een aantal klimmetjes van 8, 10 en 12 % voor de kiezen onderweg naar Rocamadour. In het tweede geval de iets drukkere, maar meer geleidelijk klimmende weg via Gramat.

Na een paar kilometer, schiet er een hertje voorbij in het gras. Ik pak mijn telefoon annex camera en wil een foto maken. Dan duikt ze weg. Het enige wat nog zichtbaar is, zijn twee zwarte oortjes die net boven het gras komen. En ik denk: Als ik een jager was geweest, was je toch niet goed genoeg verstopt.
Omstreeks 13.00 uur kom ik in La-Batide-Murrat aan. Het is weer bloed- en bloedheet, de camping bestaat nog (ook altijd een verrassing!), er staan 3 campers en de voor de rest lege plekken waarvan de meeste in de schaduw liggen. Dus het besluit is snel genomen. (Ook omdat ik mezelf niet in staat acht om bij 37 graden of hoger die klimmen te  nemen.) Nu nog een enigszins vlakke plek zoeken.

Na een half uurtje is dat gelukt. Ik moet wel wat concessies doen, zoals het grootste deel van de tent staat niet op vlakke grond, maar mijn luchtbed wel. En dat is voor mijn nachtrust het belangrijkste. Nu nog even aanmelden en betalen bij het zwembad.

En nu weet ik waarom de Franse economie het niet zo heel goed doet: De vrouw achter de kassa zei. Er komt vanavond waarschijnlijk iemand langs, en als je er niet bent of ze komt niet, hoef je niet te betalen. Ik heb vanavond niemand gezien. Om 20.30 uur is het redelijk afgekoeld, dus ik loop met Gaea een rondje langs het centrum, en zie dat er een groot feest is met barbeque op het dorpsplein. Aan de overkant is een rustig terras, dus ik denk bij mezelf: De camping is vandaag gratis, dus ik neem een lekker biertje terwijl ik naar de goed gezongen Franse chansons luisterde. Het was niet alleen in algemeen beschaafd Frans, maar het klonk nog goed ook. En dat heb ik onderweg niet veel meegemaakt. Maar daarna terug naar de tent en slapen want de wekker staat om 06.00 uur. Ik wil om 08.00 uur op weg zijn, omdat het morgen nog heter wordt.

Donderdag 26 juni:
Om 06.00 uur gaat de wekker. Het is nog donker. Dus ik draai me om en zet de wekker om 07.00 uur. Om 07.00 uur sta ik inderdaad op, en omdat de tassen al grotendeels ingepakt zijn, ben ik om 08.00 uur klaar om te vertrekken. Ik pak mijn waterflessen om te vullen, en dan komt er een vrouw naar me toe, met rooddoorlopen ogen en zoals het er naar uitziet: een flinke kater. Ze komt even afrekenen. 7 Euro. Ik pak mijn portemonnee en geef een briefje van 20 euro, waarop ze me smekend aankijkt, denk ik, en vraagt of ik niets kleiners heb. En ja dat heb ik: € 6,50. Ik zeg daarom : Helaas!

Ze zegt daarop dat ze de portemonnee vergeten is, dus ze accepteert € 6,50 omdat ze anders haar portemonnee moet ophalen. Ik betaal, krijg het betaalbewijs, en zie haar weg lopen met een tred die me doet terugdenken aan vroegere tijden: Alsof elke stap je hoofdpijn verergert.
Dus 08.10 uur vertrekken we van de camping. Even langs de bakker, waar we weer opgehouden worden door de aanwezigheid van Gaea, en dan eindelijk op weg.
De klimmen zijn geen 10 en 12 %, maar erg lang, in de volle zon en zeker meer dan 6 %. En omdat over de weg veel vrachtverkeer rijdt, durf ik Gaea niet uit de kar te halen en te laten meelopen.

Ik ben blij dat ik op tijd vertrokken ben, want het wordt  snel erg heet: Om 11 uur is het al 32 graden! Omstreeks die tijd kom ik ook in Gramat aan. Daar kom ik de heuvel echt niet op. Dus ga ik op de stoep zitten voor de protestante kerk, waar een trapje en een plateautje is en wat nog veel belangrijker is: schaduw. Ook Gaea kan genieten van de schaduwrijke plekken om te liggen.

Na verloop van tijd, gaan we toch de heuvel op. Ik laat Gaea dat kleine stukje even naast de fiets lopen, tot we boven zijn. Daarna is het 7 km naar Rocamadour. Het blijkt een vlakke weg te zijn en op het laatste stuk fietsen we zelfs in de schaduw. Een kleine 2 km voor het plaatsje L’Hospital, dat tegen Rocamadour aanligt, zien we een ijssalon met schaduwrijke plekken én Gaea heeft wel zin in een ijsje. Dus dat wordt een stop.

Een bolletje ijs voor Gaea in een plastic bakje en een paar bollen in een glazen coup. Heerlijk zelfgemaakt ijs, mooie setting en zo goedkoop heb ik het in tijden niet gehad.

Daarna is het tijd om de laatste kilometers af te leggen, de tent op te zetten en vanavond naar Rocamadour te lopen.
Het loopt iets anders. Het blijft vanavond 34 graden, en dat is echt te heeft voor Gaea. Dus we blijven een extra nachtje en gaan morgenvroeg naar Rocamadour.

Vrijdag 27 juni:
Omstreeks 9 uur lopen Gaea en ik naar Rocamadour. Eerst naar het kasteel en daarna via La route du croix naar beneden. Zoals altijd tegendraads. Eigenlijk moet je die van beneden naar boven lopen om de clue niet te verklappen. Maar die ken ik al. Op elke bocht staat beeldhouwwerk dat een deel van de kruisiging van Jezus uitbeeldt. Met als laatste de wederopstanding van Jezus. En aangezien ik dat het meest positieve vindt, van de afgelegde weg, beginnen we daarmee. Ook omdat trappen naar beneden lopen lichter is dan omhoog!Beneden aangekomen, is het een groot commercieel gebeuren. Dus snel doorlopen.
We gaan weer omhoog via een andere weg. Omdat het ondertussen erg heet is, krijgt Gaea het koelvest aan en de schoentjes om de kussentjes van haar poten te beschermen. Ook dat is iets wat ze in Frankrijk schijnbaar nog niet kennen. Je ziet dat ze niet weten wat ze er mee aan moeten. Vlug door naar de camping, in de schaduw, waar Gaea de rest zoveel mogelijk slaapt. En ik kan werken aan mijn blog. En dat valt in Frankrijk niet mee. De meeste gemeentecampings, waar ik meestal overnacht, hebben geen internet. Of zo traag dat het mogelijk is om online te werken.

Dus tot de volgende keer dat we internet hebben.

Al zwetend groeten we jullie,

Theo en Gaea

Eén antwoord op “Ik leef en fiets nog…”

  1. Ha die Theo, Weer een mooi verhaal! Je schrijft dat de weg soms het doel is, maar ik denk zelf dat het altijd het doel is.
    Dat je (weer) zingt op de fiets, lijkt me een heel goed teken.
    Deze ervaringen zullen je altijd bijblijven …..geweldig stoer hoor.
    Rocamadour ligt mooi boven op die scherpe rots maar is idd uiterst commercieel (gingen wij op huwelijksreis heen) en toeristisch.
    Ik wens je sterkte met de hitte (hier gisteren 38,2 graden) en je reis!! hart. groet, Yvonne en Ton

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *